Na elke grote teleurstelling rond Oranje rolt dezelfde gifgolf over sociale media: jonge spelers van kleur worden uitgekozen als zondebok en bedolven onder racistische bagger.
Ruud Gullit, Europees kampioen van 1988, zette vanochtend scherp de toon door dat gedrag „laf” te noemen en expliciet op te roepen tot meer verantwoordelijkheid bij supporters én platforms.
Zondebokken in oranje shirts
Volgens Gullit is het patroon pijnlijk voorspelbaar: de ervaren krachten nemen in het veld niet altijd de verantwoordelijkheid, maar zodra het misgaat, krijgen „een paar jonge jongens alles over zich heen”. Het gaat dan niet meer over gemiste kansen of slechte passing, maar over huidskleur, afkomst en familie – de grens waar kritiek omslaat in pure haat.
DGullit verwijst naar de EK‑finale van 2021, toen de Engelse internationals Marcus Rashford, Jadon Sancho en Bukayo Saka na gemiste strafschoppen massaal racistisch werden aangevallen. „Je ziet steeds hetzelfde patroon. Zwarte jongens worden naar voren geschoven en krijgen de volle laag. Daar ben ik nog het meest boos om,” vat hij samen.
De lafheid van anonimiteit
De voormalige topvoetballer spaart de anonieme schelders niet en noemt anonimiteit ronduit lafhartig. Wie zijn frustratie botviert achter een nickname, „durft niet ergens voor te staan” en onttrekt zich aan elke vorm van debat. Daarom pleit Gullit voor verplichte identificatie op sociale media, zodat platforms daadwerkelijk kunnen ingrijpen en daders niet langer buiten schot blijven.
Die stortvloed aan woede komt volgens hem vaak voort
uit heel andere problemen: baan kwijt, ruzie thuis, vastlopen in het eigen leven. In plaats van naar zichzelf te kijken, wordt al die frustratie geprojecteerd op een voetballer in oranje, die er dan maar „de schuld” van moet krijgen
Online haat als politiek instrument
Gullit vermoedt bovendien dat online haat niet altijd spontaan ontstaat, maar soms bewust wordt aangewakkerd door bepaalde groepen. Die gebruiken de emotie rond voetbal als politiek instrument om verdeeldheid te zaaien en hun eigen agenda te pushen. Sport wordt dan niet meer de verbindende kracht waar we zo graag in geloven, maar een speeltuin voor extremen die elkaar opjutten.