Meer dan tien jaar leek
geld iets waar je haast geen prijs voor betaalde. Overheden stapelden schulden op tegen bijna nul procent, huizenkopers sloten hypotheken af waar hun ouders alleen maar van konden dromen, en beleggers namen steeds meer risico om nog íets van rendement te vangen. Die wereld bestaat niet meer, en volgens een verse analyse komt hij ook niet meer terug.
De Amerikaanse tienjaarsrente schommelt medio augustus rond 4,7 procent, vlak onder een 19-maands piek. In Duitsland ligt de tienjaarsrente boven de drie procent. Dat zijn geen paniekniveaus, maar het zijn wel de niveaus die golden vóór de kredietcrisis van 2008 — de periode van gratis geld ligt daar precies tussen.
Waarom de rente zo hardnekkig hoog blijft Centrale banken hebben de piekinflatie van 2022 grotendeels teruggedrongen en zijn voorzichtig begonnen met verlagen. Toch weigeren de lange rentes te dalen. Beleggers eisen een dikkere vergoeding voor inflatierisico dat ze niet meer vertrouwen, en overheden overspoelen de markt met nieuwe staatsobligaties om defensie, vergrijzing en investeringsplannen te financieren. Meer aanbod, kritischer publiek, hogere prijs.
Na meer dan een decennium van bijna gratis kapitaal moet iedereen zich aanpassen aan een wereld waarin geld weer een echte prijs heeft.
Wat het kost aan de keukentafel
Een structureel hogere kapitaalmarktrente sijpelt overal in door. Een greep uit wat Nederlanders concreet gaan merken:
- Hypotheken — twintigjaars rentes met NHG zitten volgens Vereniging Eigen Huis medio augustus rond 4 procent, ver boven de sub-2 procent van 2021.
- Bedrijven — herfinancieren van bestaande leningen wordt duurder, waardoor uitbreidingen en overnames op de plank blijven liggen.
- Overheden — oude, spotgoedkope leningen lopen af en worden vervangen door dure nieuwe. Rentelasten verdringen ruimte voor zorg, onderwijs en klimaat.
- Pensioenen — hogere rentes zijn goed voor de dekkingsgraden, maar de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel loopt precies door deze bewegende markt heen.
Winnaars en verliezers op de beurs
Voor beleggers is de nieuwe werkelijkheid dubbel. Verse obligaties leveren voor het eerst in jaren weer een fatsoenlijk rendement op, terwijl bestaande obligaties met een lage coupon juist in koers dalen zodra nieuwe series met hogere rentes verschijnen.
Aandelen krijgen het ook zwaarder. Hoge rentes drukken de waardering van bedrijven waarvan de winst grotendeels in de verre toekomst ligt — precies het profiel van tech- en groeiaandelen die jarenlang de kar trokken. Vastgoed en private equity, twee categorieën die enorm profiteerden van goedkoop geleend geld, zijn opeens veel kwetsbaarder geworden.
De echte stresstest moet nog komen
Een tienjaarsrente van vier à vijf procent hoeft op zich geen ramp te zijn, zolang economieën blijven groeien. Het probleem ontstaat als die groei afzwakt terwijl de rentelasten hoog blijven. Overheden zitten dan klem tussen oplopende rente-uitgaven en dalende belastingopbrengsten, bedrijven schuiven investeringen door, en beleggers krijgen tegelijk klappen in aandelen én obligaties.
Dat scenario is niet onvermijdelijk, maar het is wel voor het eerst in vijftien jaar weer een reëel risico. De wereld die zich aan gratis geld had gewend, moet nu leren rekenen met een prijskaartje.
Meer weten?