Rob Jetten is nog maar net premier, of zijn partij lijkt al ingeleverd bij de receptie van de VVD-fractie. De eerste sociaal-liberale premier ooit leidt een kabinet met behoud van de hypotheekrenteaftrek, conservatief begrotingsbeleid en forse bezuinigingen op de sociale zekerheid: dat is geen
D66-droom, dat is een VVD-folder met een groen strikje.
Het dieptepunt kwam in
Loosdrecht, bij de brandstichting bij een azc. Terwijl asielzoekers en COA-medewerkers letterlijk doelwit zijn, klinkt de premier op sociale media bijna identiek aan Dilan Yeşilgöz: nadruk op agenten en hulpverleners, omzichtige formuleringen, en het woord “vluchtelingen” lijkt ineens taboe.
150 D66-leden moesten hem in een brief herinneren aan iets wat ooit vanzelfsprekend was: je hebt de belangrijkste microfoon van het land, gebruik die dan om geweld tegen vluchtelingen hard te veroordelen. Als de morele ruggengraat via de ledenbrief moet worden nageleverd, is er iets mis aan de top.
Intussen verkoopt D66 zichzelf als progressief anker in een rechts land, maar gedraagt het zich als boekhouder van VVD-beleid. Op asiel stemt de partij principieel tegen een harde noodwet, terwijl ze er stilletjes van uitgaat dat de senaat die wet wél zal aannemen – moreel schoon gewassen, politiek profiteren. Politicoloog Simon Otjes noemt dat naïef; een eerlijker woord is laf.
De partij die ooit bekendstond als een rebelse praatclub is onder
Pechtold veranderd in een strak geregisseerde campagnemachine, waarin intern tegenspel vooral een risico is dat je communicatielijn verstiert. Prominenten houden zich koest, de basis is vooral “trots op Rob”, en de interne kritiek die er is, gaat via nette brieven in plaats van luidruchtige rebellie. De prijs van die discipline is dat het D66-geluid – pro-vluchteling, radicaal democratisch, oncomfortabel Europees – verdwijnt in de grijze ruis van coalitieteksten.
Ja, Jetten trok in het debat over politiek geweld zijn toon aan en sprak ineens wél helder over de afschuwelijke aanval in Loosdrecht. Maar wie alleen onder druk durft te zeggen wat hij volgens zijn eigen beginselprogramma allang had moeten roepen, klinkt niet als leider – maar als iemand die steeds achter zijn eigen schaduw aanloopt.
Dus waar zijn Jetten en D66 gebleven? Niet verdwenen, maar verdund. Ze zitten fysiek in het Torentje, maar moreel ergens in de wachtkamer van de VVD. Als D66 nog wil bestaan als meer dan een keurige uitvoeringsdienst van rechts beleid, dan moet één ding terug: de bereidheid om onomwonden partij te kiezen voor wie nu vooral in de vuurlinie staat – de mensen in dat azc in Loosdrecht, en alle anderen die D66 ooit beloofde te verdedigen.