Geluk is een bijproduct, geen project. Dat weten psychologen al langer: wie geluk tot hoogste doel maakt, loopt juist meer kans op teleurstelling en zelfs somberheid. Een studie in Emotion liet zien dat mensen die geluk heel belangrijk vinden, gemiddeld minder tevreden zijn met hun leven en vaker depressieve klachten rapporteren.
De beroemde psychiater
Viktor Frankl verwoordde het zo: “Happiness cannot be pursued, it must ensue. One must have a reason to ‘be happy’.”
Geluk ontstaat als neveneffect van iets anders: een betekenisvol leven, waarin je voelt dat je ertoe doet. Recente psychologische literatuur beschrijft dat als een combinatie van samenhang (je leven heeft zin), richting (doelen waar je echt om geeft) en betekenis (het gevoel dat jouw leven ertoe doet).
Dat klinkt groot, maar het begint klein. Niet met nóg een selfhelp-boek, maar met de vraag: waar draag ik vandaag íets bij, al is het maar voor één persoon? Onderzoek laat zien dat juist die focus op betekenis beschermt tegen stress en psychische problemen, zelfs in zware omstandigheden.
Door geluk los te laten, wordt het niet minder belangrijk, maar minder dwingend. Wie stopt met het najagen van een permanent goed gevoel en zich richt op waarden, relaties en bijdragen, creëert een steviger basis.
Geluk volgt dan soms onverwacht – niet als trofee, maar als stille bijwerking van een leven dat ergens over gaat.