Wandelen is in een paar jaar tijd van oubollige hobby veranderd in de nummer één vrijetijdsactiviteit van Nederland. Jaarlijks maken Nederlanders honderden miljoenen recreatieve wandelingen; alleen al tussen 2022 en 2023 werden er ruim 800 miljoen wandeluitjes geteld.
Ruim 11 miljoen Nederlanders wandelen inmiddels regelmatig voor hun plezier, goed voor ongeveer 65 procent van de bevolking.
De
coronajaren werkten als katalysator. In 2021 maakte tweederde van de Nederlanders
wandelingen van 5 tot 10 kilometer en samen liepen we zo’n 1,8 miljard ommetjes. Ook
jongeren ontdekten het lopen: zeven op de tien jongeren zijn meer gaan
wandelen en veel van hen zijn dat na de pandemie blijven doen. Waar wandelen ooit werd geassocieerd met grijze koppels in de polder, is het nu onderdeel van de lifestyle van
generatie Z, compleet met sporthorloge en deelbare Strava‑routes.De aantrekkingskracht is eenvoudig te verklaren. Medisch gezien is
wandelen een van de meest gezonde vormen van beweging: het verlaagt de bloeddruk, vermindert de kans op hart‑ en vaatziekten en helpt het risico op diabetes terug te dringen. Studies tonen zelfs aan dat wie structureel meer stappen zet, gemiddeld langer leeft. Tegelijkertijd is het mentaal gereedschap tegen stress en somberheid; wandelen in de natuur blijkt angst te verminderen, het humeur te verbeteren en de concentratie te versterken.
Daar komt bij dat
wandelen perfect past in een tijd van inflatie en onrust. Je hebt geen abonnement, geen dure uitrusting en geen reistijd naar een sportschool nodig; een paar schoenen en een voordeur volstaan. Terwijl andere vormen van vrije tijd – uit eten gaan, stedentrips – onder druk staan, is een ommetje om de hoek altijd betaalbaar. Bovendien levert de wandelmarkt ondertussen zelf een stevige economie op: de Nederlandse wandelbestedingen worden geschat op ongeveer 2 miljard euro per jaar, van schoenen tot arrangementen.
Opvallend is dat
wandelen niet alleen individueel, maar ook sociaal kapitaal oplevert. Vanuit gemeenten en gezondheidsorganisaties schieten ‘wandel naar je werk‑dagen’, buurtommetjes en zorgwandelingen uit de grond om bewegen in het dagelijks leven in te bouwen. Voor
jongeren fungeert de wandeling als beweegmoment én praatmoment, voor ouderen als manier om langer zelfstandig en mobiel te blijven.
Wandelen is zo verworden tot het ultieme low‑budget wellnesspakket: één simpele activiteit die lijf, hoofd, portemonnee en sociale contacten tegelijk bedient. Zolang stress, vergrijzing en financiële druk blijven, is de kans klein dat deze stille wandelrevolutie snel uitdooft.