Eerder met pensioen? Eén jaar eerder stoppen voel je de rest van je leven in je portemonnee

Samenleving
shutterstock_2545516443
Wie eerder stopt met werken, koopt tijd. Tijd om te reizen, op de kleinkinderen te passen of eindelijk dat koor in te gaan, zolang het lijf nog meewerkt. Maar die tijd heeft een prijs, en die betaal je vaak de rest van je leven.
De AOW-leeftijd is in 2026 en 2027 67 jaar. Van 2028 tot en met 2031 wordt dat 67 jaar en drie maanden. Wie eerder wil stoppen, moet de jaren daarvoor zelf overbruggen.

De AOW wacht gewoon op je

Eerst het goede nieuws: eerder stoppen kost je geen AOW. Die bouw je op door in Nederland te wonen, niet door te werken. Dat is 2 procent per jaar, in de vijftig jaar voor je AOW-leeftijd.
Het minder goede nieuws: je kunt de AOW niet eerder laten ingaan. Tot je AOW-leeftijd moet het geld dus ergens anders vandaan komen.

Werkgeverspensioen eerder laten ingaan

Bij veel pensioenregelingen kun je je opgebouwde pensioen tot ongeveer tien jaar eerder laten uitkeren. Bij ABP kan dat bijvoorbeeld vanaf de eerste dag van de maand waarin je 60 wordt.
Dat kost je op twee manieren geld. Zodra je stopt met werken, bouw je geen pensioen meer op. En het opgebouwde geld moet over meer jaren worden verdeeld. Gangbare vuistregels komen uit op ongeveer 5 tot 8 procent minder pensioen per jaar dat je eerder gaat. De precieze korting verschilt per regeling.
Een jaar eerder stoppen kost je niet één jaar pensioen, maar een lager pensioen voor de rest van je leven.

Ook de Belastingdienst rekent mee

Krijg je pensioen vóór je AOW-leeftijd, dan betaal je nog AOW-premie. In 2026 is het tarief in de eerste belastingschijf (tot €38.883) dan 35,75 procent. Na je AOW-leeftijd is dat 17,85 procent. Hetzelfde brutopensioen levert vóór je AOW-leeftijd dus netto minder op.
Een ander inkomen kan ook gevolgen hebben voor toeslagen, zoals huurtoeslag.

De RVU: je werkgever betaalt mee

Met hulp van je werkgever kan het via de Regeling voor vervroegde uittreding (RVU). Daarmee stop je maximaal drie jaar voor je AOW-leeftijd. In 2026 mag een werkgever tot €2.357 bruto per maand meegeven zonder extra heffing. Netto is dat ongeveer evenveel als een netto AOW-uitkering. In zogenoemde knellende situaties mag het oplopen tot €2.657.
Let op: RVU-afspraken zijn tegenwoordig bedoeld voor mensen met zwaar werk. Kijk dus in je cao of vraag het na bij je werkgever.

Slimme tussenvormen

Het hoeft niet alles of niets te zijn:
  • Deeltijdpensioen: deels werken, deels pensioen.
  • Hoog-laag: eerst een periode meer pensioen, daarna levenslang minder. Handig om de jaren tot de AOW te overbruggen.
  • Eigen buffer: spaargeld of beleggingen inzetten als overbrugging.
  • Bedrag ineens: vanaf 1 januari 2029 mag je bij pensionering maximaal 10 procent van je pensioen in één keer opnemen. Dat gaat niet samen met hoog-laag, en je maandpensioen wordt daarna lager.Je AOW kun je niet vervroegen. Je werkgeverspensioen wel, maar dat heeft een prijs.

De winst staat niet op je pensioenoverzicht

Daar staat iets tegenover dat in geen enkele berekening voorkomt: vrije tijd in de jaren dat je nog fit genoeg bent voor lange reizen, vrijwilligerswerk of mantelzorg. En wie om gezondheidsredenen niet meer kan werken, heeft vaak weinig keus.
Daarom de belangrijkste tip: reken het eerst door. In de online omgeving van je pensioenfonds zie je wat je krijgt als je eerder stopt. Leg dat bedrag naast je vaste lasten voordat je je ontslag indient.
Vervroegd pensioen in cijfers (2026)
  • AOW-leeftijd: 67 jaar (2026–2027), 67 jaar en 3 maanden (2028–2031)
  • Werkgeverspensioen: vaak tot circa 10 jaar eerder
  • Korting: vuistregel ongeveer 5–8 procent per jaar eerder
  • RVU: maximaal 3 jaar, tot €2.357 bruto per maand
  • Bedrag ineens: vanaf 2029, maximaal 10 procent

Meer weten

loading

Loading