Meta-kop: Waar Europeanen het liefst
vakantie vieren
Meta-omschrijving: Europeanen blijven massaal binnen
Europa op vakantie: vooral
Spanje, Italië en
Frankrijk trekken hordes toeristen. Wat zegt dat over onze reisvoorkeuren?
Waar willen Europeanen het liefst op vakantie? Het korte antwoord: vooral naar elkaar. Volgens nieuwe cijfers van Eurostat vonden in 2024 ruim 250 miljoen reizen van EU‑inwoners plaats naar andere EU‑landen, en liefst 92 procent van alle trips bleef binnen de Unie. De Europese reislust richt zich dus vooral naar de eigen achtertuin.
Binnen die interne markt springen een paar landen er duidelijk uit. Spanje, Italië, Frankrijk en Duitsland zijn samen goed voor ruim 60 procent van alle overnachtingen in toeristische accommodaties in de EU. Spanje staat bovenaan met zo’n 500 miljoen overnachtingen, gevolgd door Italië (circa 458 miljoen) en Frankrijk (ongeveer 451 miljoen). Wie aan een Europese zon‑, strand‑ of stedenreis denkt, komt dus nog steeds in hetzelfde zuidwestelijke kwadrant uit.
Waarom juist daar? Een combinatie van klimaat, bereikbaarheid en infrastructuur. Mediterrane stranden, historische steden en grote luchthavens met goedkope vluchten maken landen als Spanje en Italië bijna vanzelfsprekende keuzes. Tegelijkertijd ligt veel populaire kust en cultuur op een dag rijden voor Noord‑Europeanen, waardoor ook de auto aantrekkelijk blijft als
vervoermiddel. De cijfers onderstrepen dat zon, zee, cultuur en bereikbaarheid de belangrijkste drijfveren blijven voor Europees vakantiegedrag.
Opvallend is dat het lang niet alleen om korte citytrips gaat. EU‑toeristen blijven gemiddeld ruim een week weg als ze in een ander EU‑land vakantie vieren. Vooral in Griekenland en Roemenië liggen de verblijfsduren hoog, rond negen nachten, wat wijst op langere, relatief goedkope zon‑ en familieverblijven. In dichterbevolkte en goed verbonden landen als België of Nederland zijn trips juist korter, mede doordat grensoverschrijdend weekendtoerisme zo eenvoudig is.
De data onderstrepen hoe geïntegreerd de Europese vakantiecultuur inmiddels is. Het Schengengebied, goedkope luchtvaart en een gedeelde munt in grote delen van de EU hebben van het continent één gigantische interne vakantiemarkt gemaakt. Voor beleidsmakers – bijvoorbeeld rond overtoerisme en woningmarkt – is dat goed nieuws én een hoofdpijnpunt tegelijk.
Waar gaan we het meest heen?
Deze ranglijst toont welke EU-landen de meeste Europese (en internationale) toeristen trekken, gemeten in overnachtingen. De top vier – Spanje, Italië, Frankrijk en Duitsland – zijn samen goed voor ruim 60 procent van alle toeristische overnachtingen in de EU.
Opvallende bevindingen:
Spanje blijft onbetwist nummer één met een half miljard overnachtingen, ondanks dat de groei (+0,5%) relatief bescheiden is. Italië (+2,5%) en vooral Griekenland (+3,5%) groeien sneller dan het EU-gemiddelde.
Frankrijk, traditioneel een topbestemming, zag in 2024 juist een lichte daling (-0,6%), wat mogelijk samenhangt met hogere prijzen en toenemende concurrentie van zuidelijkere bestemmingen.
Kroatië springt eruit met de hoogste groei (+10,2%) binnen de top tien, mede dankzij de populariteit van de Adriatische kust en investeringen in toerisme-infrastructuur. Ook opvallend: kleinere landen als Malta en Cyprus kennen spectaculaire groeipercentages van meer dan 14 procent, al staan zij niet in de top tien qua absolute aantallen.
De cijfers onderstrepen dat zon, zee, cultuur en bereikbaarheid de belangrijkste drijfveren blijven voor Europees vakantiegedrag.