Nederlanders trekken steeds vaker de Veluwe of Limburg in, maar als er toch over de grens wordt gegaan,
lonkt vooral één bestemming: Spanje. Nieuwe cijfers laten zien hoe prijs, klimaat, onzekerheid in de wereld en hogere vliegtaksen samen een nieuw vakantielandschap vormen – met een oude favoriet bovenaan.
Nederlanders boeken hun
vakantie opvallend vaak dicht bij huis, maar als ze de grens oversteken, is het nog altijd
Spanje dat lonkt. Uit onderzoek van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) blijkt dat ruim 28 procent de eerstvolgende vakantie in eigen land viert, meestal in de klassieke binnenlandse regio’s als Gelderland, Noord-Holland en Limburg. Toch blijft
Spanje met 18 procent de populairste buitenlandse bestemming, gevolgd door Duitsland (15 procent) en Frankrijk (12 procent)
Die verschuiving richting binnenlandse vakanties is geen complete omslag, maar wel een duidelijke trend. De NBTC-cijfers wijzen op een lichte toename van de belangstelling voor vakantie in eigen land ten opzichte van vorig jaar. Tegelijkertijd spelen geopolitieke onzekerheden, zoals de oorlog in de Straat van Hormuz, mee in de keuze om dichter bij huis te blijven of binnen Europa te blijven reizen.
Opvallend is dat het reisgedrag niet alleen door geopolitiek, maar ook door de portemonnee wordt gestuurd. De auto wint terrein op het vliegtuig: 43 procent kiest nu voor de auto, tegen 37 procent een jaar eerder, terwijl het vliegtuig met 42 procent nipt wordt ingehaald. De aangekondigde hogere vliegtaks op middellange (circa 49 euro) en verre vluchten (circa 72 euro) maakt de drempel om ver weg te vliegen hoger. Voor veel gezinnen kantelt de rekensom daardoor in het voordeel van een autovakantie binnen Europa, al dan niet gecombineerd met een paar dagen Nederland.
Dat juist Spanje overeind blijft, laat zien hoe sterk de mix van zon, infrastructuur en prijs-kwaliteitverhouding is. Zelfs met stijgende prijzen op populaire eilanden en in toeristische zones weten veel vakantiegangers nog “betaalbare” plekken te vinden, zeker buiten de drukste hotspots. Een vergelijkbare professionalisering zie je op Europese campings: hotels winnen terrein, bungalowparken en campings passen zich aan met padelbanen, mountainbikeroutes en pumptracks, terwijl traditionele voorzieningen als maneges wegzakken.
Daarmee tekent zich een dubbele beweging af: een deel van de Nederlanders herontdekt de eigen provincie, terwijl een ander deel vasthoudt aan de Spaanse zon als vertrouwd toevluchtsoord. De vraag is hoelang dat patroon standhoudt als klimaat, prijzen en belastingdruk verder verschuiven.
De echte lakmoesproef komt als de Spaanse zon duurder wordt dan het Hollandse grauwe licht – en we dan zien waar vakantiegevoel werkelijk begint.