Datacenters zijn menig Nederlander een doorn in het oog: ze kosten bakken met energie en de Nederlandse economie heeft er weinig aan. Toch staan er in ons land bijzonder veel van dit soort gebouwen, waarin computersystemen en opslaginfrastructuur zijn ondergebracht.
Ze spelen een cruciale rol in het verwerken van enorme hoeveelheden data en het draaiende houden van internetdiensten, cloudopslag en telecommunicatie. In het tijdperk van Big Data zijn datacenters daardoor niet alleen onmisbaar voor bedrijven, maar ook strategisch belangrijk voor overheden.
Volgens cijfers van het platform Cloudscene zijn er wereldwijd inmiddels meer dan 11.700 operationele datacenters. De Verenigde Staten domineren die markt met afstand. In mei 2026 telde het land 5.427 datacenters, goed voor bijna 46 procent van het wereldwijde totaal.
Duitsland volgt op ruime afstand met 529 datacenters, net voor het Verenigd Koninkrijk met 523. China staat op de vierde plaats met 449 locaties, gevolgd door Canada met 337 datacenters. India neemt met 155 datacenters de veertiende positie wereldwijd in.
De cijfers geven een indruk van de wereldwijde spreiding van datacenters, maar zeggen niet alles over de daadwerkelijke capaciteit. Datacenters verschillen namelijk sterk in omvang en opslagvermogen. Sommige locaties verwerken aanzienlijk grotere hoeveelheden data dan andere, waardoor het aantal vestigingen niet automatisch gelijkstaat aan marktmacht of technologische capaciteit.