Het eeuwenoude keukendebat: gaat er een klontje roomboter de pan in of toch een scheutje olijfolie? Voedingsdeskundige Nina van den Broecke hakt de knoop door en legt uit waar je op moet letten.
Wie bakt met olijfolie, maakt volgens Van den Broecke een verstandige keuze. De
olie bevat weinig verzadigd vet en juist veel enkelvoudig onverzadigd vet, en is bovendien onbewerkt. Een kanttekening: olie bestaat voor honderd procent uit vet, terwijl margarine daar maximaal tachtig procent van uitmaakt. De deskundige legt aan
Libelle uit dat dit geen probleem is, zolang je de hoeveelheid per persoon in de gaten houdt.
Let op met verhitten
Wie voor olijfolie kiest, moet wel opletten met de temperatuur. Zodra de olie begint te roken, ontstaan er snel schadelijke stoffen. Net als bij andere bereidingsvetten geldt dus: niet te heet laten worden.
Hoe zachter, hoe beter
Ook boter kan prima, mits je de juiste variant kiest. Hoe harder het bereidingsvet, hoe meer ongezonde verzadigde vetzuren het bevat. Vloeibare vetstof in flesjes of zachte margarine in vlootjes verdient daarom de voorkeur boven boter in een wikkel. Twijfel je? Check dan het etiket: zit het aandeel verzadigd vet onder een derde van de totale vetten, dan zit je goed. Vetstoffen in vlootjes en flessen voldoen daar meestal aan, verpakt bereidingsvet meestal niet.
Alles met mate
Of je nu voor boter of olie kiest, het gaat uiteindelijk om de hoeveelheid. Houd ongeveer één eetlepel per persoon aan bij het
koken. Zo blijft bakken en braden gezond, ongeacht welke vetsoort je in de pan deponeert.