Stel je voor: het is 1968, en de hele Jordaan zou zomaar op het Eurovisie
Songfestival kunnen staan. Want de Amsterdamse volkszangeres Tante Leen — geboren Helena Polder, koningin van de Nieuwendijk — werd dat jaar door de NOS gevraagd mee te doen aan de Nederlandse voorronde voor het festival. Ze bedankte vriendelijk voor de eer.
## Geselecteerd, en op het laatste moment afgehaakt
Voor het Nationaal Songfestival van 1968, gehouden op 28 februari in Utrecht onder leiding van Elles Berger, waren oorspronkelijk zes deelnemers voorzien. Twee van hen, Tante Leen en Trea Dobbs, trokken zich kort voor de uitzending terug. Ze werden niet vervangen, waardoor het deelnemersveld op vier bleef steken
Uiteindelijk ging
Ronnie Tober naar Londen — met een laatste plaats als resultaat
Liever achter de tap dan voor de camera
Waarom weigerde Tante Leen? Het antwoord past perfect bij haar imago. Ze bleef liever in haar eigen café aan de Amsterdamse Nieuwendijk, tussen het volk waar ze vandaan kwam en voor wie ze zong Een internationaal televisiepodium, smokings, een orkest in Londen — het was haar wereld niet. Haar wereld was die van Aan de Amsterdamse grachten, Oh Johnny en Diep in mijn hart, gezongen voor een zaal die meebrulde met een glas bier in de hand.
Ook Wikipedia bevestigt het droogjes: 'In 1968 werd zij geselecteerd om Nederland te vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival, maar ze sloeg de uitnodiging af'
Een typisch Amsterdams nee
Achteraf is het bijna ondenkbaar: Tante Leen, met haar accordeon en haar onvervalste Amsterdams, op datzelfde podium waar later Lenny Kuhr, Teach-In en Sandra Reemer hun glansrol zouden krijgen. Maar misschien is juist dát het mooie aan de geschiedenis van de zangeres uit de Jordaan. Roem hoefde voor haar niet over de grens te reiken. Een volle kroeg op de Nieuwendijk was het hoogste podium dat ze nodig had.
En zo mocht Ronnie Tober naar Londen — terwijl Tante Leen gewoon de tap opendraaide.