De
inflatie is in mei weer opgelopen naar 3,5 procent, vooral door fors duurdere energie en brandstof.
Toch voelt de prijsstijging in het gangpad al veel langer hoger door krimpflatie en sluipende verhogingen. Terwijl de officiële cijfers schommelen, blijft de supermarktbon gestaag omhoog kruipen.
De inflatie is in mei volgens een snelle raming van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gestegen naar 3,5 procent. In april lag het inflatiecijfer nog op 2,8 procent, waarmee de prijsstijging opeens weer fors boven het streefpercentage van 2 procent van de Europese Centrale Bank uitkomt. De nieuwe sprong laat de verandering van de prijzen zien ten opzichte van mei vorig jaar, maar vertelt niet het hele verhaal van de dagelijkse
boodschappen.
Drijvende kracht achter de oplopende inflatie zijn opnieuw de energieprijzen. Door de oorlog in de Perzische Golf zijn benzine en diesel flink duurder geworden, en berekende het CBS dat de energiekosten in een jaar tijd met zo’n 10 procent zijn gestegen. Vakanties en buitenlandse brandstof werden eveneens duurder, waardoor de inflatie breder door de economie trekt. Opvallend genoeg stegen de prijzen van eten en drinken juist minder hard dan in eerdere jaren, waar voedingsmiddelen lange tijd de grootste aanjager waren.
Tegelijk klopt iets niet in het gevoel van veel consumenten: ook in perioden waarin het officiële cijfer leek af te koelen, bleven de kassabonnen hard oplopen. Dat komt doordat een groeiend deel van de prijsverhogingen zich verstopt in krimpflatie: kleinere verpakkingen voor dezelfde of zelfs hogere prijs. Onderzoek van EenVandaag en Radar liet al zien dat tientallen alledaagse producten in inhoud teruggingen, terwijl de prijs per 100 gram soms tientallen procenten hoger uitkwam. De Consumentenbond noemt dit “stiekeme prijsstijgingen” en ziet krimpflatie uitgroeien tot een van de grootste ergernissen in de
supermarkt.
Die combinatie van oplopende energie-inflatie en sluipende
prijsverhogingen in het schap vergroot de kloof tussen statistiek en beleving. Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen waarschuwt dat hogere energieprijzen de inflatie de rest van het jaar kunnen blijven opstuwen, al is het lastig te voorspellen hoe lang het effect precies aanhoudt. Intussen bouwt de irritatie rond krimpflatie en supermarktmarges door, en groeit de druk op politiek en toezichthouders om transparanter prijzen af te dwingen.
Zolang die spanning niet wordt opgelost, zal de grafiek misschien een “normale” 3,5 procent laten zien, maar
voelt de dagelijkse werkelijkheid eerder als permanente stiekeme inflatie.