Per 1 juli gaat de AOW officieel omhoog: dit zijn de nieuwe nettobedragen per huishouden

Economie
vrijdag, 26 juni 2026 om 5:00
bijgewerkt om vrijdag, 26 juni 2026 om 6:08
ANP-532856637
Per 1 juli 2026 gaat de AOW weer een stukje omhoog doordat het minimumloon stijgt. De Sociale Verzekeringsbank heeft vandaag de nieuwe bedragen per huishouden gepubliceerd, inclusief de nettobedragen die daadwerkelijk op de rekening verschijnen. Voor alleenstaanden komt de AOW met loonheffingskorting nu uit op ruim 1.580 euro per maand, terwijl samenwonende en gehuwde AOW’ers ieder iets meer dan 1.080 euro ontvangen. Daarmee schuift het “gemiddelde” pensioeninkomen van Nederlandse huishoudens – AOW plus aanvullend pensioen – nog wat verder omhoog, al blijft de kloof tussen verschillende groepen gepensioneerden groot.

Nieuwe AOW-bedragen per maand (netto)

De officiële cijfers van de SVB laten zien wat er netto overblijft per maand bij een volledige AOW‑opbouw, mét en zonder loonheffingskorting.
Belangrijk: in de meeste huishoudens wordt de loonheffingskorting op één inkomen toegepast (vaak de AOW van degene met het laagste overige inkomen). Dat bepaalt het uiteindelijke netto totaal.

Netto AOW per 1 juli 2026 – met loonheffingskorting

HuishoudtypeNetto AOW per maandToelichting
Alleenstaand€ 1.581,5570% van het minimumloon, zonder loonheffing
Gehuwd/samenwonend, per persoon€ 1.084,1350% per persoon, zonder loonheffing
Gehuwd/samenwonend, totaal huishouden± € 2.168,26Twee keer € 1.084,13, als beide partners korting krijgen
HuishoudtypeNetto AOW per maandToelichting
Alleenstaand€ 1.285,22Inclusief loonheffing en Zvw‑bijdrage
Gehuwd/samenwonend, per persoon€ 880,96Inclusief loonheffing en Zvw‑bijdrage
Deze bedragen zijn exclusief vakantiegeld; dat wordt in mei in één keer netto uitbetaald.
In de praktijk kom je als stel vaak ergens tussen deze uitersten uit, omdat de loonheffingskorting maar één keer volledig benut kan worden.

Wat betekent dit voor “de gemiddelde gepensioneerde”?

De gemiddelde gepensioneerde leunt niet alleen op de AOW, maar ook op aanvullend pensioen via een fonds of verzekeraar. Volgens recente overzichten liggen de gemiddelde aanvullende pensioenuitkeringen in Nederland rond de 1.500 à 1.600 euro bruto per maand per huishouden, bovenop de AOW. Een alleenstaande met volledig AOW en een gemiddeld aanvullend pensioen komt daarmee globaal rond de 2.500 tot 2.700 euro netto per maand uit, afhankelijk van de exacte pensioenhoogte en de belastingdruk.
Bij stellen loopt het totaalbedrag aan AOW en aanvullend pensioen al snel op richting de drie tot vierduizend euro netto, maar dat gemiddelde maskeert forse verschillen tussen sectoren, inkomensgroepen en generaties. Wie vooral op AOW is aangewezen, voelt de verhoging per 1 juli wél direct: een paar tientjes per maand extra kan het verschil maken tussen elke euro omdraaien of net iets meer ademruimte hebben.
Een illustratief rekenvoorbeeld:
  • Een alleenstaande AOW’er met loonheffingskorting op de AOW komt per 1 juli uit op € 1.581,55 per maand, plus een reservering van € 104,78 vakantiegeld dat in mei wordt uitgekeerd.
  • Een stel waarbij beide partners de AOW ontvangen en ieder de loonheffingskorting op de AOW laten toepassen, krijgt samen € 2.168,26 per maand, plus maandelijks € 149,70 aan opgebouwd vakantiegeld dat in mei wordt uitbetaald.
Daar bovenop komen eventuele aanvullende pensioenen, lijfrentes of eigen inkomsten uit werk of vermogen. Dat maakt dat het “gemiddelde” pensioeninkomen waarover nu veel wordt geschreven, voor veel huishoudens slechts beperkt herkenbaar is: wie weinig aanvullend pensioen heeft, blijft grotendeels aangewezen op deze AOW‑bedragen.
Wil je voor jouw blog nog een korte kadertekst met drie snelle voorbeelden (“zoveel krijgt een alleenstaande, een stel met één AOW en een stel met twee AOW’s”) om naast dit stuk te plaatsen?
loading

Loading