Demi Vollering reed zondag in Nice naar haar tweede eindzege in de
Tour de France Femmes. Ze is daarmee ook de best betaalde renster van het peloton. Alleen: dat zegt vooral iets over hoe weinig de rest verdient.
Een contract dat ‘historisch’ heet
Vollering ligt sinds eind mei vast bij FDJ United-SUEZ tot en met 2028. Ploegbaas Stephen Delcourt noemde de verlenging historisch en sprak van het grootste contract in de sport. Wat er precies in staat, blijft geheim – zoals altijd in het
wielrennen, waar salarissen tot de best bewaakte cijfers van de sport behoren.
De schattingen die circuleren, lopen uiteen van ongeveer 850.000 euro per jaar tot een bedrag dat tegen het miljoen aan schuurt. Bij haar overstap van SD Worx naar de Franse ploeg in 2025 bevestigde Delcourt nog uitdrukkelijk dat het toen géén miljoen was, al hadden andere geïnteresseerde ploegen dat budget mogelijk wel. De komst van Red Bull als geldschieter maakte de verlenging daarna een stuk comfortabeler.
Een miljoen euro in het vrouwenwielrennen is geen norm. Het is een uitzondering met een naam.
Waarom dat bedrag zo opvalt
Zet het naast de rest van het peloton en het verhaal kantelt. Het door de UCI verplichte minimumsalaris in de Women’s WorldTour staat in 2026 op 38.000 euro voor een renster in loondienst en 31.768 euro voor een neoprof. Die bedragen zijn dit jaar bevroren op het niveau van 2025 – voor het eerst sinds 2020 gaat er geen procent bij.
In de tweede divisie, de Women’s ProTeams, ligt de ondergrens op 22.000 euro, met een verhoging naar 24.000 euro gepland voor 2027. Voor een topsporter die elf maanden per jaar traint, reist en valt, is dat geen riant bestaan.
- Minimum Women’s WorldTour 2026: 38.000 euro (loondienst), 31.768 euro (neoprof)
- Minimum Women’s ProTeam 2026: 22.000 euro, oplopend tot 24.000 euro in 2027
- Toppers in de Women’s WorldTour: grofweg 150.000 tot 500.000 euro
- Vollering: naar schatting 850.000 euro tot circa een miljoen
De mannen als spiegel
Bij de mannen is het minimum 44.150 euro, en de top verdient veelvouden daarvan:
Tadej Pogačar zou rond de acht miljoen euro per jaar zitten, exclusief bonussen en sponsordeals. Vollering, de beste renster ter wereld, verdient daarmee ongeveer een achtste van wat de beste renner opstrijkt.
Het prijzengeld vertelt hetzelfde verhaal, alleen preciezer. De eindwinnares van de Tour de France Femmes krijgt 50.000 euro. De winnaar van de mannentour krijgt 500.000 euro. Het totale prijzenpotje bedraagt ongeveer 250.000 euro tegenover 2,3 miljoen bij de mannen – terwijl de vrouwen negen dagen koersen tegenover eenentwintig.
Vollering fietst negen dagen voor 50.000 euro. Haar mannelijke evenknie fietst er eenentwintig voor een half miljoen.
Wat er wél verbeterde
Eerlijk is eerlijk: de richting klopt. In 2020 lag het minimum in de Women’s WorldTour nog op 26.849 euro voor rensters in loondienst. Sindsdien is dat met ruim veertig procent gestegen. En bij de editie van 2026 hadden alle deelneemsters aan de Tour de France Femmes een professionele status met gegarandeerd
salaris – niet vanzelfsprekend in een sport waar tot voor kort rensters hun eigen
ziektekostenverzekering betaalden.
De bevriezing van dit jaar laat wel zien hoe fragiel die vooruitgang is. Zolang het onderhandelingsresultaat tussen ploegen en rennersvakbond uitblijft, staat de onderkant stil terwijl de bovenkant records vestigt.
Kortom
Vollering verdient goed. Uitzonderlijk goed, voor een vrouwelijke wielrenner. Precies dat is het probleem: haar salaris is nieuws omdat het zo ver afligt van wat haar collega’s krijgen. In een gezonde sport zou een miljoenencontract voor de wereldtop hooguit een voetnoot zijn.
Meer weten?