Vier geldgewoontes van je ouders die nu ineens weer geld opleveren

Economie
zaterdag, 29 augustus 2026 om 10:11
kringen-geldlessen-header
Bijna vier op de tien Nederlandse huishoudens komt moeilijk rond, en onder achttien- tot dertigjarigen is dat zelfs meer dan de helft. Dat komt niet doordat die generatie slechter kan rekenen, en ook niet doordat ze te vaak uit eten gaat. Het verschil zit ergens anders - in vier gewoontes die hun ouders zo vanzelfsprekend vonden dat ze er nooit een woord aan vuil maakten.
Eerst een vangnet, dan de rest
De wasmachine begeeft het. De auto moet onverwacht naar de garage. Voor die momenten hielden veel babyboomers geld achter de hand - niet als spaardoel, maar als vangnet. Dat is precies waar het nu wringt: een derde van de huishoudens heeft dit jaar € 2.500 of minder gespaard en bijna een kwart minder dan € 1.000. Onder werkende jongvolwassenen zet 93 procent wel geld weg, maar komt bijna de helft niet boven de € 5.000 uit.
Een buffer koopt geen spullen, maar keuzevrijheid.
Een buffer verlaagt niet alleen de stress. Wie een onverwachte rekening kan opvangen, hoeft geen haastlening af te sluiten of een baan aan te nemen waar hij ongelukkig van wordt. De vuistregel is bescheiden: maandelijks ongeveer tien procent van het netto-inkomen apart zetten, tot je er bent.
De bedenktijd die is weggeautomatiseerd
Vroeger werd voor een nieuwe bank maanden vooruit gespaard. Nu is er een knop voor. Nederlanders verwerkten in 2024 zo'n 53 miljoen achterafbetaaltransacties met een totale waarde van 5,1 miljard euro, 17 procent meer dan een jaar eerder. Bij ruim 6 miljoen van die transacties werd de klant in gebreke gesteld.
Ruim dertig procent van de 16- tot 21-jarigen betaalt wel eens achteraf; één op de zeven betaalt daarbij al te laat. Negen van de tien probleemtransacties blijven onder de 250 euro - het bedrag waaronder een kredietcheck nu nog niet verplicht is. Sparen vóór de aankoop levert iets op wat geen enkele betaalknop biedt: een paar weken bedenktijd waarin blijkt of je het ding echt nodig hebt.
Meer verdienen zonder meer uitgeven
Bij een salarisverhoging groeien de auto, het abonnementenpakket en de frequentie van bezorgmaaltijden vaak automatisch mee. De boomergewoonte was saaier en effectiever: uitgaven gelijk houden en het verschil opzij zetten. Vermogen ontstaat namelijk niet uit een hoger inkomen, maar uit het gat tussen inkomen en uitgaven.
Wie elke loonsverhoging direct opmaakt, houdt aan het eind van de maand precies evenveel over als daarvoor.
Eén keer goed, en daarna repareren
De winterjas die twintig jaar meegaat, de koekenpan die een generatie doorschuift. Een jas van € 250 die tien jaar dienstdoet kost € 25 per jaar; een exemplaar van € 40 dat je jaarlijks vervangt is ruim anderhalf keer zo duur. Bovendien werd er vaker gerepareerd dan vervangen: een losgelaten stoelpoot werd gelijmd, een kapotte rits werd vervangen.
Het bufferbedrag in cijfers
Een financiële buffer dekt drie zaken: het vervangen van de inboedel, onderhoud aan huis en tuin, en reparatie van de auto. Een complete inboedel kost grofweg € 10.500 voor een alleenstaande en ongeveer € 14.000 voor een gezin met twee kinderen. Het advies is maandelijks tien procent van het netto-inkomen opzij te zetten om die buffer op te bouwen en weer aan te vullen.
Dat betekent niet dat jongere generaties simpelweg beter met geld moeten omgaan. De omstandigheden zijn wezenlijk anders: huizen en huren zijn duurder, en de gemiddelde studieschuld liep op tot € 18.200 in 2025. Sparen is daardoor objectief gezien moeilijker geworden. De les zit dus niet in het vergelijken van generaties, maar in de 4 gewoontes die bij elk inkomen blijven werken.
Meer weten?
loading

Loading