Vanaf 2029 mogen Nederlanders bij pensionering maximaal 10 procent van hun ouderdomspensioen in één keer laten uitbetalen, maar de fiscale en sociale gevolgen kunnen fors zijn voor wie ondoordacht toehapt. De nieuwe vrijheid komt er dus,
maar is eerder een mijnenveld dan een cadeautje.
Met de Wet herziening bedrag ineens, die deze week met ruime meerderheid door de Eerste Kamer is aangenomen, krijgen werknemers met een werkgeverspensioen een extra keuzemogelijkheid: eenmalig een bedrag opnemen op de pensioendatum of in januari na het bereiken van de
AOW-leeftijd. Het maximum is 10 procent van het opgebouwde ouderdomspensioen; wie kiest voor een uitkering ineens, houdt levenslang een lager maandpensioen over. De regeling gold al jaren als kroon op het pensioenakkoord uit 2019, maar werd acht keer uitgesteld en gaat nu op zijn vroegst in per 1 januari 2029.
Voor de politiek was vooral de schaduwkant van de regeling een struikelblok: één hoog uitkeringsjaar kan mensen in een hogere belastingschijf duwen en kost huur- en zorgtoeslag, waardoor uiteindelijk soms maar 20 tot 40 procent van het brutobedrag overblijft. Emeritus hoogleraar fiscaal pensioenrecht Herman Kappelle beschrijft casussen waarbij mensen tot 80 procent van hun bedrag ineens feitelijk kwijt zijn, doordat toeslagen wegvallen en extra belasting verschuldigd is. Vooral wie vóór de AOW-leeftijd wil stoppen met werken loopt risico, omdat dan ook nog premies volksverzekeringen worden geheven.
Om die valkuilen enigszins zichtbaar te maken ontwikkelt budgetinstituut Nibud een speciale rekentool, naast bestaande rekenhulpen van de Belastingdienst. Pensioenfondsen en het kabinet beloven bovendien intensieve keuzebegeleiding, omdat deelnemers zelden zelf kunnen overzien wat het effect is op netto-inkomen, toeslagen en het
pensioen in latere jaren. Uiteindelijk blijft het een vrijwillige optie, benadrukken experts, maar wel een die voor lage en middeninkomens snel tegen hen kan werken.
De vraag is dus niet: wat doet je met die 10 procent, maar: hoeveel houdt je er na de fiscus en de toeslagenmachine écht van over?