Zoveel procent van je loon houd je over als pensioen — Nederland staat bovenaan, en dat is misleidend
Je salarisstrook ken je tot op de cent. Het getal dat bepaalt hoe hard de klap is op de dag dat het loon stopt, heb je vermoedelijk nooit gezien: het percentage van je nettoloon dat je
pensioen straks vervangt. Voor Nederland is dat 96 procent — het hoogste van alle rijke landen. En precies daar begint het probleem.
Nederland bovenaan de ranglijst
De netto vervangingsratio vergelijkt het nettopensioen uit verplichte regelingen met het nettoloon van vóór pensionering. Gemiddeld over de OESO-landen komt dat uit op 63,2 procent. Nederland staat met 96,0 procent bovenaan. België blijft op 61,1 procent, Duitsland op 53,3 procent, de Verenigde Staten op 51,3 procent.
Hoogste netto vervangingsratio (gemiddelde verdiener)
| Land | Percentage |
| Nederland | 96,0% |
| Türkiye | 94,4% |
| Portugal | 92,7% |
| Griekenland | 88,5% |
| Luxemburg | 87,7% |
| Oostenrijk | 86,8% |
| Spanje | 86,3% |
| Land | Percentage |
| Litouwen | 28,2% |
| Ierland | 33,7% |
| Estland | 37,8% |
| Zuid-Korea | 38,9% |
| Polen | 40,6% |
| Japan | 42,4% |
| Nieuw-Zeeland | 43,8% |
Laagste netto vervangingsratio (gemiddelde verdiener)
| Land | Percentage |
| Nederland | 96,0% |
| Türkiye | 94,4% |
| Portugal | 92,7% |
| Griekenland | 88,5% |
| Luxemburg | 87,7% |
| Oostenrijk | 86,8% |
| Spanje | 86,3% |
| Land | Percentage |
| Litouwen | 28,2% |
| Ierland | 33,7% |
| Estland | 37,8% |
| Zuid-Korea | 38,9% |
| Polen | 40,6% |
| Japan | 42,4% |
| Nieuw-Zeeland | 43,8% |
Het cijfer klopt. Het gaat alleen niet over jou.
Wie is die werknemer van 96 procent?
De ranglijst rekent met een modelpersoon, niet met een bestaand huishouden. Die persoon begint op zijn 22ste aan het werk, verdient elk jaar exact een gemiddeld salaris, bouwt zonder onderbreking op en werkt door tot de pensioenleeftijd die het model voor zijn generatie verwacht: 70 jaar. Dat is drie jaar langer dan de
AOW-leeftijd van 67 jaar die nu geldt. Geen deeltijdjaren, geen zorgtaken, geen zzp-periode zonder pensioenopbouw, geen baanwissel met een magere regeling.
De Nederlandse praktijk valt lager uit
Meet je bestaande huishoudens in plaats van een modelwerknemer, dan kantelt het beeld. Het doorsneehuishouden komt met AOW, aanvullend pensioen en vrijwillige opbouw op ongeveer 60 procent van het eerdere bruto-inkomen. Reken je eigen vermogen mee, zoals spaargeld en de afgeloste woning, dan stijgt dat tot bijna 70 procent. Een kwart van de huishoudens blijft ook dan op 56 procent of minder steken — onder de 70-procentvuistregel die in Nederland als toereikend geldt.
Een kwart van de huishoudens haalt de eigen vuistregel niet.
Dat bruto- en nettocijfers verschillen, verklaart een deel van het gat: gepensioneerden betalen geen AOW-premie, waardoor netto gunstiger uitpakt dan bruto. Maar het verschil tussen 96 en 60 zit vooral in de aanname van een vlekkeloze loopbaan.
Wat je er nu mee kunt
- Controleer je eigen opbouw op mijnpensioenoverzicht.nl; dat bedrag telt, niet het landgemiddelde.
- Zoek gaten op: jaren zonder werkgeverspensioen, deeltijdperiodes, jaren als zelfstandige.
- Verdien je ruim boven gemiddeld, verwacht dan een lagere ratio: bij tweemaal het gemiddelde loon ligt het OESO-gemiddelde op 52,9 procent.
- Houd rekening met doorwerken: de AOW-leeftijd is nu 67 jaar, loopt in 2028 op naar 67 jaar en 3 maanden en staat op dat niveau vast tot en met 2031.
Hoe de OESO rekent
De vervangingsratio is het nettopensioen uit verplichte publieke en private regelingen, gedeeld door het individuele nettoloon vóór pensionering. Belasting en premies zitten erin verwerkt. Het gaat om een vooruitberekening voor iemand die in 2024 op 22-jarige leeftijd begint te werken en een volledige carrière maakt tot de normale pensioenleeftijd van zijn land. Vrijwillige regelingen tellen niet mee.
Meer weten?