Pensioenfondsen lopen miljarden aan rendement mis door structureel zwak beleggingsbeleid

Economie
zaterdag, 02 mei 2026 om 13:19
minder mensen met pensioen gemiddelde leeftijd waarop wel omhoog1684129702
Nederlandse pensioenfondsen hebben de afgelopen jaren miljarden aan mogelijk rendement laten liggen door structureel zwak beleggingsbeleid en discutabele keuzes in hun strategie. Dat blijkt uit diverse ranglijsten en onderzoeken waaruit volgt dat een groot deel van de fondsen, gecorrigeerd voor risico, achterblijft bij wat haalbaar zou zijn met een eenvoudiger, marktvolgend beleid.

Helft fondsen haalt geen positief overrendement

In studies naar de prestaties van pensioenfondsen wordt vaak gekeken naar het zogenoemde overrendement: het extra rendement bovenop een risicovrij alternatief, zoals staatsobligaties. Uit eerdere analyses komt naar voren dat ongeveer de helft van de Nederlandse pensioenfondsen er over langere periodes niet in slaagt om structureel een positief overrendement te realiseren.
Voor deelnemers is dat geen academische discussie. Pensioenfondsen beleggen hun premies juist om, na aftrek van kosten en risico, méér op te leveren dan sparen in veilige obligaties. Wanneer dat, ondanks professionele vermogensbeheerders, niet of nauwelijks lukt, rijst de vraag of de gekozen beleggingsstrategieën wel in het belang van de deelnemer zijn.

Complexe strategieën en hoge kosten

Een belangrijke verklaring die in de sector wordt genoemd, is de sterke hang naar complexe beleggingsstrategieën. Veel fondsen investeren via private equity, hedgefondsen, niet‑beursgenoteerd vastgoed en ingewikkelde derivatenconstructies. Dat moet zorgen voor extra rendement en betere risicospreiding, maar brengt ook hoge kosten en beperkte transparantie met zich mee.
Tegenover die hogere kosten staat lang niet altijd aantoonbaar beter resultaat. Eenvoudiger opgebouwde portefeuilles – met wereldwijd gespreide aandelen- en obligatiebeleggingen tegen lage kosten – blijken in langjarige vergelijkingen regelmatig minstens zo goed, en soms zelfs beter, te presteren dan de dure, complexe aanpak. Dat voedt de kritiek dat sommige fondsen vooral hun eigen complexiteit financieren, in plaats van het pensioen van deelnemers te optimaliseren.

Sturen op de verkeerde benchmarks

Daarnaast speelt de manier van meten een grote rol. Veel pensioenfondsen sturen op interne benchmarks en op het beperken van de afwijking ten opzichte van die eigen maatstaf. Het risico om “af te wijken” van de gekozen index – de zogenoemde tracking error – weegt in de praktijk soms zwaarder dan de vraag of het totaalbeleid wel voldoende extra rendement oplevert ten opzichte van een risicovrije basis.
Critici spreken daarom van “de verkeerde meetlat”. Als bestuurders zich primair verantwoorden ten opzichte van hun eigen indexen, en niet tegenover de vraag of het pensioen van deelnemers aantoonbaar beter af is dan met een eenvoudig, goedkoop alternatief, kan een fonds jarenlang onderpresteren zonder dat dat echt als een probleem wordt benoem

Rente-afdekking en de les van de lage rente

De periode van extreem lage rente heeft het effect van beleidskeuzes extra duidelijk gemaakt. Uit voorzichtigheid – en onder druk van regels en toezicht – hebben veel fondsen een groot deel van hun renterisico afgedekt met rentederivaten of zeer veilige obligaties. Dat beschermde de dekkingsgraad tegen verdere rentedalingen, maar drukte tegelijkertijd het rendement.
Met de kennis van nu blijkt dat een minder zware mate van afdekking op lange termijn meer had kunnen opleveren. Door de lang aanhoudende lage rente en de daaropvolgende rentestijging zijn fondsen in sommige jaren geconfronteerd met forse beleggingsverliezen, terwijl de financiële positie op papier verbeterde doordat de verplichtingen in waarde daalden. Voor deelnemers was dat moeilijk te rijmen: er verdwenen tientallen miljarden aan beleggingswaarde, terwijl bestuurders toch konden melden dat de dekkingsgraad steeg.

‘Op een bepaald moment is het geen toeval meer’

Door de herhaling van teleurstellende resultaten klinkt steeds vaker de stelling dat het niet langer om pech of marktomstandigheden gaat, maar om structurele weeffouten in beleid en governance. Als over meerdere economische cycli blijkt dat een aanzienlijk deel van de fondsen het niet beter doet dan een simpele, goedkope beleggingsmix, is de vraag gerechtvaardigd of de sector voldoende kritisch naar zichzelf kijkt.
Daarbij komt dat bestuurders en toezichthouders sterk zijn gericht op toekomstige scenario’s – via bijvoorbeeld ALM‑studies en lange termijnprojecties – maar veel minder op grondige terugblik: welke besluiten uit het verleden hebben aantoonbaar bijgedragen, en welke hebben vooral geld gekost zonder meerwaarde? Die systematische evaluatie ontbreekt vaak of blijft intern.

Nieuw pensioenstelsel vergroot de impact

De discussie krijgt extra lading door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat stelsel worden persoonlijke en collectieve pensioenpotten directer gekoppeld aan het behaalde beleggingsrendement. Mee- en tegenvallers komen sneller en zichtbaarder terecht op de pensioenverwachtingen van individuele deelnemers.
Dat maakt de kwaliteit van het beleggingsbeleid nog belangrijker. Waar onder het oude stelsel schommelingen deels werden afgevlakt via de dekkingsgraad en buffers, zullen de verschillen tussen goed en slecht presterende fondsen nu directer gevoeld worden. De vraag of miljarden aan potentieel rendement structureel worden gemist, raakt daarmee niet alleen een technisch debat tussen experts, maar direct het vertrouwen van miljoenen Nederlanders in hun pensioen.
***
loading

Loading