Jonge single vrouwen zijn bezig met een stille machtsovername op de
koopwoningmarkt. Waar tien jaar geleden nog vooral jonge mannen alleen een huis kochten, is nu al 39% van de alleen-kopers onder de 35 vrouw, tegen 33% destijds. In de grote steden is het verschil bijna weg: daar kopen jonge mannen en vrouwen in hun eentje inmiddels ongeveer even vaak een woning. Dat schrijft het
FDDat is geen toeval, maar het gevolg van een generatie vrouwen die hoger is opgeleid, beter verdient en minder geneigd is te wachten “tot er een partner is”. Meer salaris betekent meer hypotheekruimte – en dus meer onderhandelingsmacht in een krappe markt.
Ironisch genoeg krijgen deze alleenstaande kopers hulp van dezelfde beleggers die de huizen jarenlang uit hun bereik dreven. Door fiscale ingrepen en de Wet betaalbare huur móesten beleggers tienduizenden voormalige huurwoningen verkopen, wat het betaalbare koopaanbod juist voor starters vergrootte.
Op latere leeftijd is de machtsverschuiving nog zichtbaarder: bij zestigplussers zijn alleen-kopers inmiddels vooral vrouwen, simpelweg omdat zij gemiddeld langer leven – en dus vaker overblijven met huis én hypotheekbeslissing.
Buiten de grote steden houden alleenstaande mannen nog wel de numerieke overmacht, maar de inhaalslag van vrouwen is daar het sterkst: hun aandeel steeg van 27% naar 34%. Opvallend: het prijskaartje verschilt nauwelijks; jonge alleenstaanden betalen gemiddeld rond de 345.000 euro voor hun huis, man of vrouw.