Wie de
olie heeft, heeft macht.
Vier landen – Venezuela, Saoedi-Arabië, Iran en Canada – bezitten samen al meer dan de helft van alle bewezen olievoorraden op aarde. Terwijl de wereld praat over klimaat en energietransitie, blijft deze kaart van vaten en velden bepalen wie geopolitiek de boventoon voert.
Venezuela staat bovenaan met zo’n 303 miljard vaten, grofweg een vijfde van alle bewezen reserves wereldwijd. Toch is het land economisch ingestort en jarenlang door sancties afgesneden van een groot deel van die inkomsten.
Saoedi-Arabië volgt met rond de 267 miljard vaten en blijft de klassieke zwaargewicht binnen
OPEC, met een sleutelrol in het sturen van de olieprijs.
Daarachter komen Iran, Canada en Irak, allemaal met meer dan 140 miljard vaten in de grond. Iran wordt geremd door sancties en regionale spanningen, Canada door kosten en klimaatprotest rond teerzandprojecten. Rusland heeft fors minder reserves – circa 80 miljard vaten – maar compenseert dat deels met hoge productie en politieke inzet van energie als drukmiddel.
De wereld in vaten
Wereldwijd gaat het om naar schatting 1,6 à 1,7 biljoen (1.600–1.700 miljard) vaten bewezen olie. Meer dan 70 tot 80 procent daarvan ligt in OPEC-landen, vooral in het Midden-Oosten en Venezuela. Europa speelt in dit verhaal een bijrol: Noorwegen komt nog mee met enkele miljarden vaten, maar landen als Duitsland en Nederland beschikken over hooguit tientallen miljoenen vaten – druppels in een mondiale oceaan
Voor de Nederlandse consument betekent dit dat we vrijwel volledig afhankelijk blijven van import, ook als onze eigen gasvoorraad opdroogt. Wie naar de kaart van de olievoorraden kijkt, ziet dus niet alleen een energiebron, maar een politieke landkaart van de 21ste eeuw.