De Nederlandse pensioenen behoren internationaal nog altijd tot de beste. In veel omringende landen (Duitsland, Frankrijk, Belgie) is politieke spanning over pensioenen. Ook in Nederland klagen ouderorganisaties. Maar dat is wel een beetje raar.
Volgens de centrale bank DNB kunnen Nederlandse huishoudens gemiddeld zo’n 60 procent van hun vroegere inkomen vervangen met AOW en aanvullend
pensioen; inclusief spaargeld loopt dat iets op. Neem je ook eigen vermogen, zoals de overwaarde van het huis, mee, dan komt de verwachte vervangingsratio voor de mediane huishoudens uit rond de 78 procent. De OESO hanteert een vuistregel dat 70 procent vervanging meestal genoeg is om de levensstandaard te houden; Nederland zit daar gemiddeld duidelijk boven.
In internationale ranglijsten scoort het Nederlandse stelsel al jaren opvallend hoog. Zo kreeg Nederland in de Mercer Global Pension Index 2023 een score van 85 op 100, de hoogste wereldwijd, vooral dankzij de combinatie van een solide AOW en grote collectieve pensioenpotten. De OESO wijst er bovendien op dat de armoede onder ouderen in Nederland tot de laagste van alle lidstaten behoort, mede doordat vrijwel iedereen recht heeft op een AOW-basispensioen.
Dat wil niet zeggen dat alles perfect is. Onderzoekers van DNB en universiteiten benadrukken dat zo’n derde van de huishoudens naar verwachting toch onder de 70 procent vervangingsratio uitkomt, bijvoorbeeld zelfstandigen of mensen met een gefragmenteerde loopbaan. Tegelijkertijd spaart een andere grote groep juist (veel) meer dan nodig, wat de vraag oproept of het systeem niet eenvoudiger en transparanter kan.
Wie naar de grote lijn kijkt, kan dus gerust zeggen dat de
pensioenen in Nederland “nog steeds heel erg goed” zijn – zeker vergeleken met veel andere landen waar het wettelijk pensioen hooguit de helft van het laatste loon dekt. Maar de huidige hervorming van het pensioenstelsel moet er wél voor zorgen dat dat sterke gemiddelde ook in de toekomst blijft gelden voor zoveel mogelijk mensen, ongeacht contractvorm of carrièrepad.