Een huisarts met een eigen praktijk werkt gemiddeld 53 uur per week,
blijkt uit cijfers van het Nivel. Of dat goed genoeg betaald wordt, ligt
voor de tweede keer bij de rechter.
Een huisarts in loondienst begint sinds 1 augustus op €7.026 bruto
per maand bij een werkweek van 40 uur, volgens de
cao
Huisartsen in loondienst. Aan de top van die schaal is dat
€9.435.
Zoveel
verdient een huisarts in Nederland en Engeland
De bedragen zijn bruto per jaar voor een volledige baan, met
vakantiegeld en eindejaarsuitkering. De praktijkhouder staat er apart
in, want die heeft geen
salaris maar een inkomen uit de praktijk.
| Huisarts | Begin | Maximum | Geldt vanaf |
| Nederland, in loondienst (schaal A) | €95.905 | €128.788 | 1 augustus 2026 |
| Nederland, praktijkhouder in dienst (schaal B) | €114.633 | €138.916 | 1 augustus 2026 |
| Engeland, in loondienst | €94.162 | €142.094 | 1 april 2026 |
| Nederland, praktijkhouder (eigen praktijk) | €219.479 aan arbeidskosten in het NZa-tarief | | 2026 |
De Engelse bedragen zijn omgerekend van ponden tegen de koers van de
Europese Centrale Bank van 29 oktober 2026: 1 euro is 0,83578 pond.
In
loondienst krijg je er in januari 4 procent bij
De cao voor huisartsen in loondienst loopt van 2025 tot 2027. Op 1
augustus gingen de salarissen 3,5 procent omhoog, op 1 januari 2027
volgt 4 procent. Schaal A loopt dan van €7.307 tot €9.812 bruto per
maand. Dit jaar komt er ook een eenmalige uitkering van 4,25 procent van
het jaarsalaris bij.
Vakantiegeld is 8 procent, de eindejaarsuitkering 5,75 procent. Dat
is minder dan de 8,33 procent die
leraren
als eindejaarsuitkering krijgen.
In cijfers
- €7.026: beginsalaris van een huisarts in loondienst, bruto per maand
bij 40 uur (cao, 1 augustus 2026)
- 53 uur: gemiddelde werkweek van een praktijkhoudende huisarts
(Nivel)
- €219.479: arbeidskosten voor een voltijd praktijkhouder in het
tarief van 2026 (NZa)
- €10.790: extra huisvestingsvergoeding per gemiddelde praktijk per
jaar vanaf 2025 (NZa)
Wat een
praktijkhouder overhoudt, bepaalt de NZa
Een huisarts met een eigen praktijk leeft van tarieven die de
Nederlandse Zorgautoriteit vaststelt. In het tarief voor 2026 rekent de
NZa met €219.479 aan arbeidskosten voor een voltijd praktijkhouder,
schreef de toezichthouder op 30 juni. Daar moet de huisarts zelf zijn
pensioen en verzekeringen nog van betalen.
De tarieven zijn voor een belangrijk deel inkomensbepalend en raken de huisartsen dus direct.
- Johan Rijneveld, directeur Regulering NZaIn november 2025 oordeelde het College van Beroep voor het
bedrijfsleven, de hoogste rechter op dit terrein, dat de NZa de tarieven
vanaf 2023 te laag had vastgesteld. De NZa onderschatte volgens de
rechter de huisvestingskosten en de rol van de huisarts als
poortwachter, meldde de NOS. Daarom stond “niet vast dat de arbeid van
de huisartsen voldoende wordt beloond”.
De NZa verhoogde de tarieven daarop met gemiddeld 2,2 procent en de
vergoeding voor huisvesting met 35 procent. Aan de beloning van de
praktijkhouder veranderde niets: een nieuw rapport van adviesbureau
Berenschot bevestigde volgens de NZa de bestaande inschatting.
Een
Engelse huisarts in loondienst haalt aan de top meer
In Engeland kregen huisartsen in loondienst op 1 april 3,5 procent
erbij, op advies van de DDRB, de commissie die de regering adviseert
over artsensalarissen. De adviesschaal loopt daarmee van £78.699 tot
£118.759 bruto per jaar. Een Engelse huisarts begint zo ongeveer gelijk
met een Nederlandse collega in loondienst, maar kan aan de top ruim
€13.000 per jaar meer verdienen.
Ook in Duitsland hebben de meeste huisartsen een eigen praktijk. Een
gemiddelde artsenpraktijk hield er in 2024 €338.000 over voor de
eigenaren, meldt het Duitse statistiekbureau Destatis. Dat geldt voor
alle specialismen samen en vóór pensioen en verzekeringen; de helft van
de praktijken haalde €232.000 of minder.
De rechter moet opnieuw
beslissen
De rechter gaf de NZa een duidelijke opdracht.
- Marjolein Tasche, voorzitter LHVDe Landelijke Huisartsen Vereniging, de Vereniging Praktijkhoudende
Huisartsen en De Bevlogen Huisartsen stappen opnieuw naar de rechter,
meldde
Arts en Accountant in juli. Volgens LHV-bestuurder Lammert Hoeve
is het “onbegrijpelijk dat de NZa ook na deze rechterlijke uitspraak
vasthoudt aan hun eerdere lijn”. Ook
medisch
specialisten zien hun inkomen grotendeels door tarieven en cao’s
bepaald. Tot er een nieuwe uitspraak is, gelden de tarieven van 30
juni.
Meer weten?