Alles in Nederland sinds de euro ruim 60 procent duurder: dit kostte €100 in 2002 nu

Economie
door Dirk Kruin
dinsdag, 15 september 2026 om 6:54
shutterstock_2694222623
Wie begin 2002 voor €100 boodschappen, kleding, energie, vervoer en andere dagelijkse uitgaven betaalde, is daar nu gemiddeld ongeveer €160 aan kwijt. Sinds de invoering van de euro als contant geld is het leven in Nederland daarmee grofweg 60 procent duurder geworden.
Dat betekent niet dat ieder product precies met 60 procent in prijs is gestegen. De ene Nederlander merkt de stijging veel harder dan de ander. Vooral huishoudens die relatief veel kwijt zijn aan wonen, energie, boodschappen, auto en verzekeringen voelen de prijsdruk vaak sterker dan het landelijke gemiddelde.

€1 van toen is nu ongeveer €1,60

De consumentenprijzen worden in Nederland bijgehouden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De zogeheten consumentenprijsindex volgt een gemiddeld pakket aan producten en diensten die huishoudens kopen: van voeding en kleding tot huur, elektriciteit, zorg en telecom.
Sinds 2002 is dat gemiddelde pakket ongeveer 60 procent duurder geworden. Omgerekend ziet dat er zo uit:
Bedrag in 2002Vergelijkbare waarde nu
€1circa €1,60
€5circa €8
€10circa €16
€50circa €80
€100circa €160
€1.000circa €1.600
De precieze uitkomst verschilt licht per gekozen maand in 2002 en per actuele inflatiestand, maar als vuistregel is de conclusie helder: voor dezelfde levensstandaard is nu aanzienlijk meer geld nodig dan bij de start van de euro.

Niet alleen de euro maakte alles duurder

De euro werd op 1 januari 2002 ingevoerd als munten en bankbiljetten. Veel mensen herinneren zich dat prijzen in winkels en de horeca in die periode snel opliepen. Toch is het niet juist om de volledige prijsstijging van ruim twee decennia alleen aan de euro toe te schrijven.
De hogere kosten zijn het gevolg van een lange reeks jaarlijkse prijsstijgingen. In sommige jaren bleef de inflatie beperkt, maar andere periodes waren uitzonderlijk duur. Vooral vanaf 2021 liepen de prijzen snel op door duurdere energie, grondstoffen, voedsel en transport.
De inflatie bedroeg volgens het CBS gemiddeld 10 procent in 2022. Dat was de hoogste jaarlijkse prijsstijging in tientallen jaren. Ook daarna bleven veel prijzen doorstijgen, zelfs toen de inflatie afnam.
Dat laatste is belangrijk: lagere inflatie betekent niet dat producten weer goedkoper worden. Het betekent alleen dat prijzen minder snel stijgen dan een jaar eerder.

Boodschappen en energie voelen vaak duurder

De officiële inflatie is een gemiddelde. Daardoor kan de persoonlijke ervaring sterk verschillen.
Wie veel uitgeeft aan zaken die harder in prijs zijn gestegen, merkt meer van de inflatie. Denk aan:
  • Boodschappen en dagelijkse producten.
  • Huur en andere woonlasten.
  • Gas, elektriciteit en brandstof.
  • Autokosten, openbaar vervoer en onderhoud.
  • Zorgverzekeringen en andere vaste lasten.
  • Horeca, vakanties en diensten.
Daar staat tegenover dat sommige producten in verhouding minder duur zijn geworden. Elektronica, telefonie en internet bieden bijvoorbeeld vaak meer mogelijkheden voor dezelfde prijs dan twintig jaar geleden. Een smartphone of laptop is niet altijd goedkoop, maar de techniek en prestaties zijn wel sterk verbeterd.

De koopkracht hangt ook af van het inkomen

Of Nederlanders er financieel op vooruit of achteruit zijn gegaan, hangt niet alleen af van prijzen. Ook lonen, uitkeringen, pensioenen, belastingen en toeslagen spelen mee.
Een huishouden waarvan het inkomen sinds 2002 minder hard steeg dan ongeveer 60 procent, kan minder kopen dan destijds. Wie een inkomen had dat sneller opliep, kan de gemiddelde prijsstijging beter hebben opgevangen. In de praktijk verschilt dat sterk per sector, leeftijd en woonsituatie.
Vooral mensen met weinig financiële ruimte merken prijsstijgingen sneller. Wie een groot deel van het inkomen kwijt is aan huur, energie en supermarktuitgaven heeft weinig mogelijkheden om hogere kosten op te vangen of uitgaven uit te stellen.

Dit is de belangrijkste conclusie

Sinds de euro in Nederland werd ingevoerd, zijn consumentenprijzen gemiddeld ongeveer 60 procent gestegen. Een uitgave van €100 in 2002 komt nu ruwweg neer op €160.
De werkelijkheid aan de keukentafel kan nog duurder voelen. Niet elk huishouden koopt immers het gemiddelde pakket waarop de officiële inflatie is gebaseerd. Wie veel uitgeeft aan wonen, energie, voeding en vervoer, heeft waarschijnlijk een hogere persoonlijke inflatie ervaren dan het landelijke cijfer.
loading

Loading