Zoveel stijgt je loon écht als twintiger of dertiger — en dat is meer dan de cao-cijfers doen vermoeden

Economie
maandag, 10 augustus 2026 om 7:06
generated-image (3)
Elk jaar dezelfde ronde klaagzang: de cao-lonen houden de inflatie niet bij, jongeren staan stil. Wie naar de bedragen kijkt die daadwerkelijk op de rekening belanden, ziet iets anders. Bij twintigers en jonge dertigers loopt het echte loon jaar na jaar vóór op de cao-tabel.
Het verschil tussen papier en bankrekening
Het cao-cijfer meet één ding: hoeveel de collectief afgesproken loonschalen stijgen. Wat je werkelijk verdient, hangt daarnaast af van je aantal uren, je trede in de schaal, je functie en je werkgever. Precies op die punten beweegt er in je twintiger- en dertigerjaren het meest.
Uit een analyse van geanonimiseerde en geaggregeerde betaalgegevens blijkt dat de werkelijke loongroei van 20- tot 35-jarigen de afgelopen vijf jaar gemiddeld 3,5 tot 4 procent harder uitpakte dan het gemiddelde cao-loon. In sommige jaren lag hun loongroei ruim 4 procent boven de cao-verhogingen.
Het cao-cijfer beschrijft de trap. Jij loopt er ondertussen ook nog een paar treden op.
Neem 2025 als voorbeeld. De cao-lonen per uur stegen dat jaar met 5,0 procent — het werkelijke loon van veel twintigers en jonge dertigers ging met meer dan 6 procent omhoog. Ook in de vier jaren daarvoor gold dat bijna alle leeftijdsgroepen tussen 20 en 67 jaar er reëel meer bij kregen dan de cao-index suggereert.
Vier verklaringen die je zelf kunt sturen
De extra groei komt niet uit de lucht vallen. Vier mechanismen doen het werk:
  • Meer uren. Bijbaan wordt contract, deeltijd wordt voltijd. Je uurloon verandert niet, je maandloon fors.
  • Promoties. Een stap in de schaal of een nieuwe functietitel telt bovenop elke cao-verhoging.
  • Baanwisselingen. Wie overstapt, onderhandelt meestal een hoger startsalaris dan de interne trede zou opleveren.
  • Fiscale wijzigingen. Aangepaste heffingskortingen en schijven veranderen wat er netto overblijft.
Waarom de piek in je dertiger jaren ligt
Boven de vijftig verdwijnt het voordeel. Bij werknemers van 51 tot 67 jaar ligt de werkelijke loongroei rond de cao-verhogingen en soms eronder: minder uren werken en afbouwen richting pensioen drukken het gemiddelde. Het niveau blijft hoger — jongeren tot 25 jaar verdienden in 2025 gemiddeld 19 euro per uur of minder, 25- tot 40-jarigen zaten tussen 24 en 33 euro, en veertigers en vijftigers boven de 35 euro — maar de groeisnelheid is duidelijk een zaak van de eerste twee decennia van een loopbaan.
Wie zijn loopbaan begint met het cao-percentage als maatstaf, mikt structureel te laag.
Het venster wordt smaller
Een kanttekening hoort erbij: het verschil was het grootst in 2022 en 2023, toen de krapte extreem was. Halverwege 2022 stonden er ruim 140 vacatures tegenover elke 100 werklozen. In het tweede kwartaal van 2026 zijn dat er 95. Daarmee neemt ook de onderhandelingsruimte af. De cao-lonen stegen in dat kwartaal met 4,3 procent, een stuk lager dan de pieken van de afgelopen jaren.
Wie nu nog een sprong wil maken, kan dus beter niet wachten tot de volgende cao-ronde. En wie zichzelf vergelijkt: leg je loonstrook van vandaag naast die van vijf jaar geleden, niet naast het krantenbericht over het gemiddelde.
Waar staat het cao-cijfer eigenlijk voor?

De cao-loonindex meet uitsluitend de collectief afgesproken verhogingen van loonschalen, bij gelijkblijvende functie, schaaltrede en arbeidsduur. Alles wat daarbuiten valt — promotie, baanwissel, meer uren, bonussen, periodieken — heet incidentele loonontwikkeling en zit niet in dat percentage. Het verschil tussen beide reeksen wordt jaarlijks apart berekend.

Meer weten?
loading

Loading