Wanneer iemand gaat
sterven, verandert er veel in het lichaam. De ademhaling kan onregelmatig worden, het bewustzijn neemt vaak af en handen en voeten voelen soms koud aan. Voor naasten kunnen zulke veranderingen indrukwekkend en verdrietig zijn. Toch horen ze vaak bij een natuurlijk stervensproces. Wat ze niet vertellen: het precieze moment waarop iemand zal overlijden.
Het sterven verloopt bij iedereen anders. Sommige veranderingen zijn duidelijk zichtbaar, andere nauwelijks. Ook de duur verschilt: de stervensfase kan uren duren, maar ook dagen tot ongeveer een week. Er bestaat dus geen vaste volgorde die bij iedereen hetzelfde is. Wel beschrijven zorgverleners een aantal veelvoorkomende signalen. Drie daarvan hebben te maken met de ademhaling, het bewustzijn en de bloedsomloop.i
1. De ademhaling wordt onregelmatig
Een van de o
pvallendste veranderingen is de manier van ademen. De ademhaling kan afwisselend diep en oppervlakkig zijn, met steeds langere pauzes tussen de ademteugen. Soms lijkt iemand te zijn gestopt met ademen, waarna er toch weer een ademhaling of diepe zucht volgt. Voor wie naast het bed zit, kan dat een spannend en emotioneel moment zijn.
Ook kan de ademhaling een reutelend geluid krijgen. Dat ontstaat doordat iemand slijm niet meer goed kan wegslikken of ophoesten. De lucht die langs dat slijm stroomt, veroorzaakt het geluid. Hoewel het voor naasten naar kan klinken, betekent reutelen niet automatisch dat de stervende benauwd is of er zelf last van heeft.
Deze veranderingen kunnen erop wijzen dat het overlijden dichterbij komt. Ze geven alleen geen exact antwoord op de vraag hoeveel tijd er nog is.
2. Iemand slaapt meer en reageert minder
Ook het contact verandert vaak. Iemand slaapt steeds langer, wordt moeilijker wakker en reageert minder op stemmen of aanraking. Een gesprek voeren lukt soms niet meer. In de laatste uren kan de stervende in een diepe slaap of coma raken. Het bewustzijn neemt doorgaans steeds verder af.isala+1
Dat proces verloopt niet altijd rustig of gelijkmatig. Sommige mensen worden juist onrustig of verward. Ze plukken bijvoorbeeld aan de lakens of lijken dingen te zien die anderen niet waarnemen. Zulke verschijnselen kunnen passen bij een delier: een toestand van acute verwardheid die ook in de laatste levensfase kan voorkomen.
Voor naasten kan het moeilijk zijn om iemand zo te zien veranderen. Bespreek onrust of tekenen van ongemak met de verpleegkundige of arts. Die kan beoordelen wat er speelt en welke zorg nodig is.
3. Handen en voeten worden koud
Wanneer de bloedsomloop afneemt, krijgen de uiteinden van het lichaam minder bloed toegevoerd. Handen, voeten en benen kunnen daardoor koud aanvoelen. De huid kan bleker worden en soms ontstaan paarsblauwe vlekken. Ook dit zijn veranderingen die bij het stervensproces kunnen horen.
Het verschil met eerder kan groot zijn: een hand die kort daarvoor nog warm aanvoelde, is nu koel. Toch zeggen koude handen of verkleuringen op zichzelf niet hoeveel uren iemand nog te leven heeft. Ze moeten worden bekeken in samenhang met de andere veranderingen en de toestand van de stervende.
Minder behoefte aan eten en drinken
Naast deze drie veranderingen neemt vaak ook de behoefte aan eten en drinken af. Dat kan voor familie moeilijk zijn om te accepteren: eten geven is immers een vertrouwde manier om voor iemand te zorgen. Maar iemand die sterft, heeft doorgaans steeds minder behoefte aan voeding en vocht. Proberen om toch eten of drinken te geven is dan niet nodig.
De zorg verschuift in deze fase naar comfort. Denk eraan om de mond en lippen vochtig te houden en rust en nabijheid te bieden. De betrokken zorgverleners kunnen uitleggen wat op dat moment prettig en passend is.
Geen vaste voorspelling van het overlijden
Een onregelmatige ademhaling, een afnemend bewustzijn en koude ledematen kunnen wijzen op een naderend overlijden. Maar het zijn geen drie verplichte stappen die ieder mens doorloopt. Deze signalen hebben vooral betekenis bij iemand die al ernstig ziek is en van wie duidelijk is dat de laatste levensfase is aangebroken.isala+1
Weten wat er kan gebeuren, maakt het afscheid niet minder verdrietig. Het kan wel helpen om veranderingen beter te begrijpen en met de arts of verpleegkundige te bespreken wat iemand nodig heeft. Niet een precieze voorspelling, maar goede begeleiding en aandacht voor de stervende staan daarbij centraal.