Farmaceutische vervuiling blijkt een stille motor achter de wereldwijde crisis van superbacteriën, die gewone infecties weer dodelijk kan maken. Terwijl ziekenhuizen en veehouderijen streng in de gaten worden gehouden,
ontsnapt de industrie die onze
antibiotica produceert grotendeels aan het zicht.
Uit nieuw onderzoek naar antibioticafabrieken blijkt dat hun afvalwater concentraties resistentiegenen bevat die tot wel honderd keer hoger zijn dan in stedelijke rioolwaterzuiveringsinstallaties. In een Chinese fabriek vonden onderzoekers zulke extreem hoge niveaus in het actieve slib, waarbij de genen bovendien op ‘mobiele genetische elementen’ zaten: genetische USB-sticks waarmee
bacteriën onderling instructies voor weerstand tegen
antibiotica uitwisselen. Dat is precies de cocktail waaruit superbacteriën ontstaan.
De gevolgen reiken veel verder dan de fabriekspoort. Via rivieren en bodems verspreiden antibioticaresten en resistente bacteriën zich naar landbouwgebieden en uiteindelijk naar de voedselketen. De
One Health‑benadering, die mens, dier en milieu als één samenhangend systeem ziet, wijst industriële lozingen inmiddels aan als een belangrijke, maar onderschatte bron van antimicrobiële resistentie. Een recente prognose schat dat antibioticaresistentie tussen 2025 en 2050 direct verantwoordelijk kan zijn voor 39 miljoen doden wereldwijd, als beleid en controle niet drastisch worden aangescherpt.
Wat dit extra wrang maakt: de technologie om tot 90 procent van de resistentiegenen uit fabrieksafval te verwijderen, bestaat al, maar wordt nauwelijks verplicht. Zolang overheden geen harde normen opleggen aan farmaproducenten, blijven hun afvalstromen broedplaatsen voor de superbacteriën die de gezondheidszorg van morgen kunnen ontwrichten.