Wie thuis kraanwater nog eens door een kan, kraanfilter of osmose-installatie haalt, denkt vaak gezonder bezig te zijn. Maar in Nederland is dat meestal niet nodig — en bij gebrekkig onderhoud kan een waterfilter de kwaliteit zelfs verslechteren.
Kraanwater is al streng gecontroleerd
Nederlands
drinkwater behoort volgens het RIVM tot de beste ter wereld. Het
water wordt door drinkwaterbedrijven uitgebreid gezuiverd, continu gemeten en moet voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen uit onder meer het Drinkwaterbesluit. Het RIVM stelt dat kraanwater in Nederland zonder zorgen te drinken is; de resterende concentraties van ongewenste stoffen zijn zeer laag en vormen volgens het instituut geen risico voor de volksgezondheid.
Dat maakt een extra filter voor de meeste huishoudens vooral een product waarvoor weinig noodzaak bestaat. De belofte van “puurder” of “gezonder” water klinkt aantrekkelijk, zeker nu zorgen over
PFAS en andere stoffen breed leven, maar een thuisfilter voegt doorgaans weinig toe aan water dat al aan strenge normen voldoet.
Filter kan een broedplaats worden
Het grootste nadeel zit niet zozeer in het filteren zelf, maar in het onderhoud. In een waterfilter blijft water vaak enige tijd stilstaan, meestal op kamertemperatuur. Daardoor kunnen bacteriën en andere micro-organismen zich in het filtermateriaal vermenigvuldigen.
Onderzoekers van de Universiteit Twente waarschuwen dat achtergebleven deeltjes en micro-organismen zich in filters kunnen ophopen. Als zo’n filter niet op tijd wordt vervangen of goed wordt gereinigd, kunnen die stoffen later weer in het water terechtkomen. Het gevolg: het ‘gefilterde’ water kan uiteindelijk minder schoon zijn dan water dat direct uit de kraan komt.
Ook Milieu Centraal adviseert daarom geen huishoudelijk waterfilter te gebruiken: door bacteriegroei op het filter kan de kwaliteit van het drinkwater juist achteruitgaan.
Mineralen verdwijnen ook
Met name systemen op basis van omgekeerde osmose kunnen veel stoffen uit het water verwijderen. Dat klinkt positief, maar zulke systemen halen ook natuurlijke mineralen weg, zoals calcium en magnesium.
Die mineralen maken kraanwater niet alleen smaakvoller, ze dragen ook bij aan de samenstelling van het water. Water dat vrijwel volledig is ontdaan van opgeloste stoffen is niet automatisch gezonder.
De Universiteit Twente wijst er bovendien op dat osmosefilters relatief veel water kunnen verspillen: een deel van het aangevoerde leidingwater verdwijnt als afvalwater.
En hoe zit het met PFAS?
De discussie over PFAS zorgt bij veel consumenten voor onrust. Het RIVM erkent dat de totale PFAS-blootstelling via voeding en drinken aandacht vraagt. Tegelijk ligt de inname via alleen Nederlands drinkwater volgens het instituut onder de gezondheidskundige grenswaarde. Via voedsel krijgen mensen gemiddeld aanzienlijk meer
PFAS binnen dan via drinkwater.
Een filter kan sommige stoffen mogelijk verminderen, maar dat is geen vrijbrief om zomaar elk systeem aan te schaffen. Niet elk filter werkt tegen dezelfde stoffen, de werking neemt af naarmate een filter ouder wordt en verkeerd of te laat onderhoud brengt juist microbiologische risico’s met zich mee. Deskundigen leggen de verantwoordelijkheid daarom vooral bij bronaanpak en professionele drinkwaterzuivering, niet bij individuele huishoudens.
Wanneer kan een filter wél logisch zijn?
Er zijn uitzonderingen. Denk aan een tijdelijk kookadvies, een calamiteit met de lokale waterkwaliteit, water uit een eigen bron of situaties waarin een arts of bevoegde instantie een specifieke maatregel adviseert. In zulke gevallen is een filter alleen zinvol wanneer duidelijk is welk probleem moet worden opgelost én welk gecertificeerd systeem daarvoor geschikt is.
Voor het reguliere leidingwater in Nederland is de praktische boodschap eenvoudiger: drink gerust uit de kraan. Wie toch een filter gebruikt vanwege smaak of kalk, moet zich strikt houden aan de vervangings- en schoonmaakinstructies van de fabrikant. Een filter dat te lang blijft zitten, kan precies het tegenovergestelde doen van wat de koper beoogt.