Vraag aan een willekeurige man hoe vaak hij masturbeert en het gesprek valt meestal stil. Toch blijkt precies dat onderwerp onverwacht belangrijk voor de gezondheid: van je prostaat tot je nachtrust. Urologen en grote cohortstudies wijzen er steeds nadrukkelijker op dat regelmatig ejaculeren – via
seks of solo – niet alleen normaal is, maar mogelijk ook beschermend werkt tegen
prostaatkanker en goed is voor je mentale
Toch hangen er rond
masturbatie nog altijd hardnekkige mythes: dat je er depressief van zou worden, impotent, of dat het je relatie ondermijnt. De wetenschap laat iets anders zien.
De prostaat: klein orgaan, groot gedoe
De prostaat is een klier ter grootte van een walnoot, net onder de blaas, waar de plasbuis doorheen loopt. Ze produceert ongeveer 60 procent van het spermavolume: de witte, kleverige vloeistof die zaadcellen voedt en transporteert na een orgasme.
Precies omdat de prostaat rond de plasbuis ligt, geeft ze met het ouder worden vaak problemen: een goedaardige vergroting zorgt voor een zwakkere straal, nadruppelen, nachtelijk plassen en soms infecties of blaasstenen. Daarnaast krijgt ongeveer één op de acht mannen ooit prostaatkanker, waarmee het een van de meest voorkomende kankers bij mannen is.
In dat licht is de vraag interessant: maakt het uit hoe vaak die klier zijn inhoud mag “lossen”?
21 keer per maand: wat onderzoek laat zien
In een grote Amerikaanse cohortstudie (Health Professionals Follow-up Study) volgden onderzoekers tienduizenden mannen jarenlang en vroegen hen onder meer naar hun
- Mannen die in hun middelbare leeftijd (rond de 40–49 jaar) minstens 21 keer per maand ejaculeerden, hadden een duidelijk lager risico op prostaatkanker dan mannen met gemiddeld 4–7 ejaculaties per maand.
- Afhankelijk van leeftijd en model ging het om grofweg 20–30 procent minder risico.
- Belangrijk: de onderzoekers vonden geen bewijs dat veel ejaculeren het risico verhoogt; eerder het omgekeerde.
De Belgische uroloog Piet Hoebeke verwijst naar diezelfde orde van grootte: rond 21 ejaculaties per maand tussen je 20ste en je 40ste lijkt een zekere bescherming te bieden, mogelijk omdat de klier minder lang blootstaat aan oxidatieve schade – hij spreekt beeldend van minder “roestvorming” in het prostaatweefsel.