Je neemt je voor het heel anders te doen dan je ouders. Geen eindeloze ruzies, geen traditionele rolverdeling en al helemaal niet dat zwijgen tot iemand ontploft. En toch kun je jaren later ineens denken: wacht eens even, dit komt me verdacht bekend voor. Volgens psycholoog en relatietherapeut Minki Gyles is dat niet zo vreemd. Wat je thuis leerde over liefde, conflict en samenleven kan verrassend hardnekkig zijn.
Niet omdat je bewust een kopie van het huwelijk van je ouders probeert te maken. Eerder omdat bekend gedrag nu eenmaal vanzelfsprekender voelt dan onbekend gedrag. Daardoor kunnen vooral deze drie patronen terugkeren.
1. Je maakt ruzie zoals thuis ruzie werd gemaakt
In het ene gezin wordt irritatie meteen uitgesproken, in het andere blijft iedereen vriendelijk totdat de bom barst. Kinderen krijgen zo ongemerkt een soort handleiding mee voor conflicten.
Wie thuis zag dat emoties maanden werden opgespaard en vervolgens tijdens één gigantische ruzie over tafel vlogen, kan later hetzelfde doen. Andersom geldt dat ook: als gevoelens bespreekbaar waren, is de kans groter dat je dat gedrag meeneemt.
Het lastige is dat je eigen manier van reageren daardoor heel normaal kan voelen. Pas wanneer een partner totaal anders met conflicten omgaat, merk je dat jouw ‘normaal’ eigenlijk aangeleerd gedrag is.
2. Je kiest iemand die een vertrouwde dynamiek oproept
We zeggen graag dat tegenpolen elkaar aantrekken, maar vertrouwdheid speelt volgens Gyles eveneens een belangrijke rol.
Ben je bijvoorbeeld gewend geraakt aan een dominante persoon die graag bepaalt wat er gebeurt, dan kan iemand die veel ruimte inneemt vreemd genoeg vertrouwd aanvoelen. Zeker wanneer jij zelf hebt geleerd je gemakkelijk aan te passen.
Zo kunnen twee eigenschappen als puzzelstukjes in elkaar vallen. De een duwt, de ander wijkt. Vervolgens wordt dat patroon met de jaren steeds sterker. Je kiest dus niet noodzakelijk iemand die letterlijk op je vader of moeder lijkt; het kan vooral de onderlinge dynamiek zijn die bekend voorkomt.
3. Je verwart onrust met liefde
Misschien wel het venijnigste patroon: een rustige relatie kan verkeerd voelen wanneer liefde vroeger vooral gepaard ging met spanning.
Wie gewend is aan heftige emoties, ruzie en verzoening kan die intensiteit gaan associëren met passie. Een betrouwbare partner die geen emotionele achtbaan veroorzaakt, lijkt dan ineens saai. Terwijl juist de chaos bekend terrein is.
Dat verklaart mede waarom goede voornemens als ‘ik wil nooit zo’n relatie als mijn ouders’ niet altijd voldoende zijn. Ook termen als daddy issues en mommy issues vindt Gyles daarvoor te simpel: je gezin van herkomst beïnvloedt je, maar bepaalt niet automatisch je toekomst.
Patronen zijn namelijk te veranderen. Zelfonderzoek, gesprekken en eventueel relatietherapie kunnen helpen om zichtbaar te maken welke vaste pasjes een stel steeds opnieuw uitvoert. En daarvoor hoef je volgens Gyles niet te wachten tot de relatie bijna uit elkaar spat. Juist eerder ingrijpen kan voorkomen dat vertrouwd uiteindelijk hetzelfde wordt als vastgeroest.