Door
klimaatverandering warmt de
Middellandse Zee snel op. Daardoor trekken steeds meer uitheemse vissoorten vanuit het Suezkanaal richting Italië, Frankrijk en Spanje. Sommige zijn schadelijk voor de natuur, andere vormen ook een risico voor mensen: de kogelvis is giftig bij consumptie en de stekels van de koraalduivel kunnen bijzonder pijnlijk zijn.
De Middellandse Zee is een klimaat-hotspot. Omdat het een vrijwel afgesloten
zee is, kan warmte er minder makkelijk verdwijnen dan in de open oceaan. Wetenschappers verwachten dat het zeewater deze eeuw nog 2 tot 6 graden warmer kan worden. Hittegolven op zee zullen bovendien vaker voorkomen en extremer worden.
Die stijgende temperaturen maken delen van de zee steeds geschikter voor soorten die via het Suezkanaal vanuit de Rode Zee zijn binnengekomen. Volgens marien bioloog Ernesto Azzurro zijn inmiddels ongeveer duizend uitheemse soorten in de Middellandse Zee vastgesteld. Zo’n achthonderd daarvan hebben zich er blijvend gevestigd.
Kogelvis en koraalduivel
Twee nieuwkomers vallen extra op vanwege hun mogelijke gevaar voor mensen.
- De kogelvis geldt als een zeer succesvolle rover. Hij kan het zenuwgif tetrodotoxine bevatten en is bij consumptie mogelijk dodelijk. Deze vis hoort dus nooit op het bord terecht te komen.
- De koraalduivel heeft giftige stekels. Een prik kan hevige pijn en medische klachten veroorzaken. De soort werd in 2012 voor het eerst geregistreerd in het oostelijke deel van de Middellandse Zee en verspreidt zich sindsdien snel westwaarts.
Ook andere indringers zorgen voor grote veranderingen. Konijnvissen eten algen van de zeebodem weg, waardoor leefgebieden van inheemse soorten verdwijnen. In Cyprus zouden koraalduivels lokale visbestanden, zoals rode poon, al sterk hebben verdrongen.
Ook schelpdieren verdwijnen
De gevolgen zijn niet beperkt tot nieuwe vissen. In de ondiepe delen van de oostelijke Middellandse Zee is volgens Azzurro 93 procent van de weekdieren verdwenen. Langs de Adriatische kust, van Venetië tot Bari, zijn op sommige plaatsen vrijwel alle mosselen gestorven nadat de watertemperatuur geregeld boven 30 graden uitkwam.
Dat raakt vissers en kustgemeenschappen direct. Vissoorten die klanten kennen en graag eten, worden schaarser, terwijl de vangst steeds vaker bestaat uit onbekende soorten waar nog geen stabiele markt voor is.
Verspreiding stoppen lukt niet meer
Deskundigen denken niet dat de verspreiding van gevestigde uitheemse soorten nog volledig is terug te draaien. Wel kunnen landen proberen te voorkomen dat er nóg meer soorten binnenkomen, bijvoorbeeld door ballastwater van schepen beter te behandelen en scheepsrompen te beschermen tegen aangroeiende organismen. Volgens een Italiaanse deskundige kan dat het aantal nieuwe invasieve soorten met 95 tot 99 procent terugdringen.
Voor toeristen is de praktische boodschap eenvoudig: raak onbekende vissen niet aan, wees extra voorzichtig bij rotsen en duikplekken, en eet nooit zelf gevangen of aangeboden kogelvis. De grote oorzaak ligt echter onder water én in de lucht: zonder snelle vermindering van de uitstoot van olie, gas en kolen blijft de Middellandse Zee verder opwarmen — en krijgen tropische en invasieve soorten steeds meer ruimte.