Poetins imperium wankelt, maar dat betekent vooral dat de komende jaren gevaarlijker worden – niet veiliger. De Amerikaanse oud-diplomaat
Kurt Volker (voormalige Amerikaanse speciale gezant (2017-2019) voor
Oekraïne) schetst in
Die Welt een Rusland dat militair, economisch en geopolitiek langzaam wordt uitgehold, terwijl
Poetin juist inzet op verlenging en verbreding van de
oorlog.
Volker verwacht geen echt vredesakkoord, hooguit een feitelijke wapenstilstand waarbij de frontlijn in Oekraïne grotendeels bevriest.
Poetin zal volgens hem nooit instemmen met iets anders dan onderwerping van Oekraïne aan Moskou, waardoor formele vrede onbereikbaar blijft. Intussen verliest Rusland invloed in traditionele satellieten als Syrië, Venezuela, Cuba en Iran, terwijl het leger zware en op termijn onhoudbare verliezen lijdt.
Economisch raakt de Russische oorlogsmachine uitgeput:
hoge inflatie, dubbele-cijfer-rentes en een stagnerende economie dwingen het Kremlin tot hogere belastingen en bezuinigingen op de civiele sector. Dalende olie- en gasinkomsten – door lagere prijzen en strengere westerse sancties – drukken de begroting, terwijl militaire uitgaven blijven stijgen. Volker wijst erop dat Rusland in vrijwel elke objectieve indicator zwakker staat dan in februari 2022, terwijl Oekraïne militair, economisch en politiek juist is versterkt.
Hoe het gaat met Poetins economie
De Russische economie zit in een fase van stagnatie: de oorlog drijft de begroting, maar remt groei en investeringen. Na een korte oorlogs‑“boom” in 2023‑2024 zakt de groei in 2025 richting circa 1 procent en blijft in 2026 rond dat niveau hangen. Oorlogsuitgaven slokken een steeds groter deel van de begroting op, terwijl olie‑ en gasinkomsten door lagere prijzen en sancties tegenvallen. Het Kremlin reageert met belastingverhogingen voor bedrijven en burgers, en met bezuinigingen op civiele uitgaven. Economen verwachten pas na 2027 weer serieuze herstelkansen.
Volker spreekt daarom van een imperium dat “feitelijk in elkaar stort”: Rusland verliest economische draagkracht, internationale invloed en militair potentieel, maar Poetin houdt vast aan zijn imperialistische missie. Juist die combinatie – verzwakking plus ambitie – maakt de situatie riskant: een gewond imperium kan geneigd zijn de vlucht naar voren te kiezen. In scenario’s na een wapenstilstand ziet Volker Russische provocaties richting NAVO-grensgebieden, zoals de Poolse‑Litouwse corridor of Estland, als reële optie.
Voor Europa betekent dit dat “oorlog moe” raken geen strategie is, maar een uitnodiging aan Poetin om door te gaan. Volker pleit voor blijvende, forse militaire en financiële steun aan Oekraïne, harde secundaire sancties tegen handel met Rusland en Europese defensie-uitgaven richting vijf procent van het bbp. Zijn boodschap is ontnuchterend: Poetins imperium brokkelt af, maar zolang hij in het Kremlin zit, wordt de wereld daar niet automatisch veiliger van – eerst wordt het waarschijnlijk nog onrustiger.