Achter de stoere oorlogstaal van Donald
Trump gaat volgens ingewijden een president schuil die ernstig twijfelt en bang is voor de gevolgen van militair ingrijpen. Dat schrijft de Wall Street Journal op basis van gesprekken met medewerkers en betrokkenen in het Witte Huis.
Aanleiding voor het artikel van de
WSJ is een incident op Goede Vrijdag, toen een Amerikaans vliegtuig boven
Iran werd neergehaald en twee piloten vermist raakten. In de West Wing liepen de spanningen volgens bronnen hoog op. Trump zou woedend hebben gereageerd, geklaagd hebben over het gebrek aan steun van Europese bondgenoten en gewezen hebben op de stijgende benzineprijzen in de VS als politiek risico.
In het openbaar presenteert Trump zich als harde leider die “taal spreekt die Iraniërs begrijpen” en niet terugschrikt voor confrontatie. Achter gesloten deuren zou zijn bereidheid om risico’s te nemen juist zijn afgenomen, mede door zijn angst om Amerikaanse militairen in gevaar te brengen. Hij verwijst regelmatig naar de gijzelaarscrisis in Iran onder
Jimmy Carter en de politieke schade die dat toebrengt aan een president, aldus aanwezigen.
Volgens de krant proberen topmedewerkers soms de meest gevoelige operationele details tijdelijk bij hem weg te houden, uit vrees dat impulsgedreven reacties zorgvuldig voorbereide plannen zouden kunnen verstoren. Tegelijkertijd zoekt Trump obsessief naar signalen hoe zijn optreden valt bij media en publiek.
Een opvallend voorbeeld is zijn afwijzing van plannen om het strategische Iraanse eiland Kharg in te nemen, uit angst dat Amerikaanse troepen daar “makkelijke doelwitten” zouden worden. Officiële woordvoerders bagatelliseren omstreden uitspraken van de president later geregeld als “grapjes”, in een poging de effecten van zijn felle retoriek te dempen