Herken jij jezelf hierin? Liefdesbang door je opvoeding

psychologie
192468389_m
Hoe dichter jij bij je partner wilt komen, hoe meer die afstand neemt. Of andersom. Herken je jezelf hierin? De kans is groot dat je opvoeding meespeelt.
Je ligt 's avonds op de bank en je partner reageert al een uur niet op je appje. Binnen een kwartier ben je in gedachten al klaar met de relatie. Of juist het omgekeerde: je partner wil 'even praten over ons', en jij springt op en bedenkt opeens dat je dringend moet sporten.

Hechtingstheorie

Zitten zulke reacties in je karakter, of komt het ergens anders vandaan? Volgens de hechtingstheorie leer je al als kind hoe liefde en nabijheid werken en dat neem je mee in je volwassen relaties.
De theorie komt van psycholoog John Bowlby en is verder uitgewerkt door onder anderen Mary Ainsworth. Het idee: als baby en kind ontdek je of je op je ouders kunt rekenen als je verdriet, angst of honger hebt. Reageren ze liefdevol en voorspelbaar, dan leer je: ik mag er zijn en anderen zijn er voor mij. Zijn ze afwezig, onvoorspelbaar of afwijzend, dan trek je andere conclusies. Je brein past zich aan om te overleven en dat patroon blijft vaak jarenlang hangen.

De vier stijlen, in gewone taal

- Veilig gehecht. Je vindt nabijheid fijn, maar kunt ook goed alleen zijn. Ruzie is niet het einde van de wereld.
- Angstig gehecht. Je verlangt naar nabijheid en bent bang om verlaten te worden. Je zoekt bevestiging en leest snel afwijzing in kleine dingen, zoals een korte reactie of een stilte.
- Vermijdend gehecht. Je hebt geleerd dat je het beste op jezelf kunt rekenen. Te veel nabijheid voelt benauwend en je trekt je terug als het spannend of emotioneel wordt.
- Angstig-vermijdend (ook wel gedesorganiseerd). Je wilt liefde en vreest die tegelijk. Dat kan zorgen voor een wisselend patroon van naderen en afstoten.
Let op: dit zijn globale beschrijvingen, geen diagnoses. De meeste mensen herkennen zich in meerdere stijlen, en je stijl kan per relatie verschillen.

Het gevaarlijke duo: de klever en de vluchter

Een bekend patroon is dat een angstig en een vermijdend gehecht persoon elkaar aantrekkelijk vinden. Dat lijkt toeval, maar het is vaak herkenning: voor beiden voelt het vertrouwd.
En dan begint de dans. De angstige partner voelt afstand en gaat zoeken naar nabijheid: bellen, appen, vragen of alles goed is. De vermijdende partner voelt zich opgejaagd en trekt zich terug. Die afstand bevestigt weer de angst van de ander. Beiden voelen zich onbegrepen; geen van beiden doet iets fout. Ze volgen allebei een oud overlevingsmechanisme.

Het goede nieuws: je zit niet vast

Je hechtingsstijl is geen levenslang vonnis. Onderzoek en therapeuten wijzen erop dat mensen hun patroon kunnen veranderen, bijvoorbeeld door:
- Je patroon te herkennen. Weten waarom je zo reageert, haalt al veel kracht uit het automatisme.
- Een veilige partner of vriendschap. Betrouwbare, consequente mensen om je heen kunnen je 'leren' dat nabijheid veilig kan zijn.
- Het gesprek aan te gaan. Benoem wat er in je gebeurt, zonder de ander te beschuldigen. Bijvoorbeeld: "Ik merk dat ik onrustig word als ik niets van je hoor" of "Ik heb even ruimte nodig, maar ik loop niet bij je weg."
- Professionele hulp. Een psycholoog of relatietherapeut kan helpen, zeker als je patroon je leven of relatie flink in de weg zit.
Je ouders hebben hun best gedaan of juist niet, maar je bent er niet voor veroordeeld. Wie begrijpt waar zijn of haar reacties vandaan komen, kan er bewuster mee omgaan. Houdt dit in je hoofd, de volgende keer dat je partner niet terugappt en jouw hart sneller gaat kloppen.

Meer weten?

loading

Loading