Dit zou ik mijn kinderen als arts nooit laten doen

Samenleving
maandag, 10 augustus 2026 om 9:26
shutterstock_2737028507
Een huisarts uit Londen zette op sociale media vijf dagelijkse gewoontes op een rij die hij zijn eigen kinderen niet gunt. Geen exotische waarschuwingen over trampolines of quads, maar vijf saaie dingen die in vrijwel elk Nederlands gezin spelen: snacken, zoete drankjes, schermen voor het slapengaan, te weinig slaap en te weinig buitenlucht. En daar zit precies de ongemakkelijke kant: het is allemaal bekend, en het gebeurt toch.
De hele dag door eten
Het eerste punt is het minst spectaculaire en misschien het lastigste: continu snacken. Het Nederlandse advies is hooguit zeven eet- en drinkmomenten per dag — drie hoofdmaaltijden en maximaal vier keer iets tussendoor. Voor kinderen van vier tot en met acht jaar geldt daarbovenop dat er hooguit één keer per dag iets kleins te snoepen bij mag. Wie de koekjestrommel gebruikt als pauzeknop, zit daar zonder moeite overheen. Het gebit rekent mee: tussen eetmomenten heeft het glazuur tijd nodig om te herstellen.
Het gaat zelden om dat ene koekje. Het gaat om het ritme waarin het koekje verdwijnt.
Zoete drankjes als dagelijkse routine
Een frisdrank op een verjaardag is geen ramp. Een pakje sap bij elke lunch wel. In een glas cola van 200 milliliter zit ongeveer 21 gram suiker, vergelijkbaar met meer dan vijf suikerklontjes; limonade komt op zo'n 14 gram. Het Nederlandse advies voor kinderen van vier tot en met twaalf is helder: sap, diksap, limonade en frisdrank niet vaker dan één keer per week. Suikervrije varianten mogen vaker, maar de fruitzuren blijven slecht nieuws voor het tandglazuur.
Schermen vlak voor bed
De arts noemt slaap het krachtigste gezondheidsinstrument dat een kind heeft, en schermen de meest onderschatte dief ervan. Kinderen die dagelijks of langdurig een scherm gebruiken slapen tot veertig minuten korter dan leeftijdgenoten die dat niet doen. Adolescenten vanaf twaalf jaar hebben ongeveer negen uur slaap nodig; een tienjarige zit gemiddeld rond de negen uur, een zesjarige richting de tien. Dat haal je niet als de telefoon meegaat naar bed.
Te weinig buiten
Buiten zijn is in Nederland verrassend goed gedocumenteerd, vooral vanwege de ogen. Oogartsen hanteren de 20-20-2-regel: na twintig minuten dichtbij kijken twintig seconden in de verte, en minimaal twee uur per dag naar buiten. Van die twee uur zou minstens een uur matig tot zwaar intensief bewegen moeten zijn, conform de beweegrichtlijn. In 2025 haalde 60,3 procent van de kinderen van vier tot twaalf jaar die beweegnorm; bij twaalf- tot zestienjarigen was dat 41 procent. Van alle kinderen en jongeren van vier tot en met zeventien jaar had 12,4 procent overgewicht.
Twee uur buiten is geen romantiek over vroeger. Het is een oogheelkundig recept.
Nooit praten over hoe het gaat
Het vijfde punt staat niet in een richtlijn maar telt misschien het zwaarst: ruimte maken voor gesprekken over mentale gezondheid. Zijn tip is praktisch — doe het lopend, tijdens een wandeling, want kinderen praten makkelijker als ze ergens anders mee bezig zijn dan met het gesprek zelf. Nederlandse tieners scoren op dit punt internationaal goed: 87 procent van de jongens en 75 procent van de meisjes zegt makkelijk met hun vader te kunnen praten. Tegelijk gaat de mentale gezondheid van jongeren al jaren achteruit, vooral bij meisjes. Die twee dingen sluiten elkaar niet uit.
Goede raad

Nederlandse richtlijnen in het kort: maximaal zeven eetmomenten per dag, zoete dranken hooguit één keer per week voor 4- tot 12-jarigen, minimaal een uur per dag matig intensief bewegen, twee uur per dag buiten volgens de 20-20-2-regel, en ongeveer negen uur slaap voor kinderen vanaf twaalf jaar.

Meer weten?
loading

Loading