Europa wil het eerste elektrische continent worden, maar de rekensom klopt niet

Klimaat, natuur en milieu
maandag, 10 augustus 2026 om 6:54
shutterstock_2556723919
Brussel wil dat in 2040 bijna de helft van alle energie die de EU verbruikt uit het stopcontact komt. Dat aandeel staat al tien jaar onbeweeglijk op 23 procent. Wat zou er moeten gebeuren, en waarom gaat dit hoogstwaarschijnlijk niet lukken?
Tien jaar op de plaats rust
In 2024 kwam 23,4 procent van het finale energieverbruik in de EU uit elektriciteit. In 2014 was dat 23,2 procent. Twee tienden van een procentpunt in tien jaar tijd. Het nieuwe Elektrificatie Actieplan van 17 juli wil dat aandeel naar 32 procent in 2030 en 46 procent in 2040 tillen. Alleen al voor die eerste tussenstap is 1,4 procentpunt per jaar nodig, elk jaar opnieuw.
Twee tienden van een procentpunt in tien jaar. En dan in vijftien jaar een verdubbeling.
Wat het zou opleveren
De beloofde buit is fors: tot 260 miljard euro per jaar minder aan fossiele importrekening in 2040, ruim 70 procent minder gasimport en meer dan 40 procent minder ruwe olie. Per sector zijn de sprongen navenant groot. Het wegvervoer moet van 2 procent elektrificatie naar meer dan 40 procent, gebouwen en verwarming van 26 naar 50 procent, industriële processen van 26 naar 38 procent.
Het addertje zit in de noemer
Hier wordt het rekenkundig gemeen. Elektromotoren en warmtepompen zijn efficiënter dan verbrandingsmotoren en cv-ketels: elke geëlektrificeerde auto en woning verkleint het totale energieverbruik. Daardoor gaat de krimpende groep fossiele auto's en huizen relatief steeds zwaarder wegen. Om op 46 procent uit te komen moet grofweg 70 procent van de woningen van het gas af en zo'n 80 procent van het wagenpark elektrisch zijn.
Neem Nederland. Begin 2026 reden hier 694.602 volledig elektrische personenauto's op een wagenpark van 9,4 miljoen: ruim 7 procent. Van de woningen was in 2024 11,2 procent aardgasvrij. Dat zijn de startposities.
Zeven procent elektrische auto's nu, tachtig procent straks. In vijftien jaar.
Brussel geeft gas en rem tegelijk
Terwijl de ene hand een elektrificatiedoel presenteert, zwakt de andere hand het autobeleid af. In december 2025 stelde de Commissie voor de 2035-norm te verlagen van 100 naar 90 procent CO2-reductie, waardoor plug-inhybrides, mild hybrids en zelfs pure verbrandingsmotoren na 2035 verkoopbaar blijven. Berekeningen laten zien dat het aandeel batterij-elektrische nieuwverkopen in 2035 daardoor op 85 procent uitkomt in plaats van 100 procent, en bij verdere afzwakking op 70 procent.
Ook Nederland stuurt dubbele signalen. Brussel wil meer prikkels voor warmtepompen; het ISDE-budget ging van 550 miljoen euro in 2025 naar 509 miljoen in 2026, en het startbedrag voor een lucht-waterwarmtepomp daalde van 1.250 naar 1.025 euro.
Het plan in vijf cijfers 

Het plan in vijf cijfers 46 procent elektrificatie in 2040, met 32 procent als tussenstap in 2030. Een streefverhouding waarbij stroom voor huishoudens maximaal 2,5 keer zo duur is als gas, en 2 keer voor de industrie. 200 gigawatt energieopslag in 2030. Jaarlijks 100 gigawatt nieuwe hernieuwbare capaciteit. Een verdubbeling van het installatietempo van warmtepompen naar meer dan 5 miljoen per jaar.

Het stroomnet is niet de hoofdschuldige
Het volle net vertraagt vooral de industrie, maar op de meeste momenten van de dag is er ruimte zat; de krapte zit in het spitsuur. Het echte probleem is gedrag. Slim laden, warmtepompen die draaien als het net het toelaat, variabele nettarieven die stroom goedkoper maken bij overvloed: daar zijn huishoudens en bedrijven nog nauwelijks aan gewend. De Commissie wil dat de helft van de huishoudens in 2030 een geschikte slimme meter heeft.
En dan de kleine letters
Het doel is niet bindend. In een eerdere conceptversie stond een juridische verplichting; in de definitieve tekst werd het een indicatief streefgetal, dat pas in het vierde kwartaal van 2026 een echte effectbeoordeling krijgt. De kern van het plan, gelijke belasting van stroom en gas, raakt bovendien aan fiscale wetgeving waarvoor in de EU unanimiteit nodig is. Dat is historisch het traagste dossier dat er bestaat.
Verwacht dus geen 46 procent. Een uitkomst tussen de 30 en 38 procent in 2040 is realistischer, met grote verschillen tussen Noordwest- en Oost-Europa. Het doel functioneert vooral als investeringssignaal en als breekijzer in de belastingdiscussie. Dat is niet niks. Het is alleen iets heel anders dan een belofte.
Meer weten?
loading

Loading