Ongeveer 90 procent van de eiwitten in je lichaam is te klein om op in te zoomen, zelfs voor de
beste microscopen ter wereld. Natuurkundigen van de Universiteit van
Californië in Berkeley willen dat veranderen met een laser die sterker
is dan een lasapparaat. Het idee erachter komt uit Groningen, en is
bijna honderd jaar oud.
De onderzoekers bouwden een zogeheten laserfaseplaat in een
cryo-elektronenmicroscoop, een apparaat dat ingevroren eiwitten met
elektronen in beeld brengt. Ze beschreven de resultaten deze zomer in
het tijdschrift
Science; ScienceDaily
zette het verhaal eind oktober opnieuw in de schijnwerpers.
Een Groningse
truc uit 1930, nu met elektronen
In 1930 ontdekte de Nederlandse natuurkundige Frits Zernike dat licht
dat door een cel gaat niet alleen zwakker wordt. Het loopt ook een
fractie vertraging op, een verschuiving in de golf die het oog niet
ziet. Zernike verschoof het licht dat niet door de cel was verstrooid
een kwart golf, waardoor die kleine verschillen opeens zichtbaar werden
als licht en donker.
Zo kon je levende cellen bekijken zonder ze eerst te kleuren, wat ze
doodt. De Groningse hoogleraar kreeg er in 1953 de
Nobelprijs
voor Natuurkunde voor. Al in de jaren veertig probeerden
wetenschappers hetzelfde bij elektronenmicroscopen, maar de plaatjes die
de elektronenbundel moesten verschuiven, verzwakten die bundel of
maakten het beeld onscherp.
De laser is sterker
dan een militaire laser
In 2010 stelden natuurkundige Holger Müller en celbioloog Robert
Glaeser voor om de verschuiving met licht te doen in plaats van met een
plaatje. Daarvoor moest wel een uitzonderlijk sterke laser komen. Het
bouwen kostte tien jaar.
De laserbundel kaatst bijna 10.000 keer heen en weer tussen spiegels
en wordt zo opgebouwd tot een piepklein, fel punt. “Het is 75 kilowatt,
gefocust op een paar micron”, zegt Müller. “Dat is krachtiger dan wat je
gebruikt om te lassen. Het is meer vermogen dan een militaire
laser.”
In cijfers
- 90 procent: deel van de menselijke eiwitten dat kleiner is dan de
grens van gewone cryo-elektronenmicroscopie
- 70 kilodalton: ongeveer de ondergrens van gewone
cryo-elektronenmicroscopie
- 50 kilodalton: wat met de laser lukt, al blijft het lastig
- 15 jaar: zo lang werkte Müller aan het idee
Hemoglobine werd duidelijk
scherper
Het Berkeley-team zette de laser in een aangepaste Krios-microscoop
van Thermo Fisher, die Müller Theia noemde, naar de Griekse godin van
het licht. Ze testten zes verschillende monsters. Bij aldolase, een
eiwit uit spieren dat gewone microscopen al goed zien, werd het beeld
iets beter. Bij hemoglobine, het eiwit dat zuurstof door je bloed
vervoert en dat precies op de grens van het zichtbare ligt, was de winst
veel groter.
Voor de lastigste gevallen, kleine deeltjes en slechte monsters, levert de laser een heel aanzienlijk voordeel op.
- Holger Müller, natuurkundige UC BerkeleyEiwitten worden gemeten in dalton, een eenheid voor massa. Gewone
cryo-elektronenmicroscopie loopt vast onder ongeveer 70 kilodalton. Met
de laser lukt 50 kilodalton, kleiner dan hemoglobine.
Wetenschappers
willen eiwitten aan het werk zien
Die winst telt vooral bij geneesmiddelen. Als onderzoekers de vorm
van een eiwit kennen, kunnen ze een medicijn ontwerpen dat er precies op
past. Röntgenonderzoek kan dat ook, maar daarvoor moet het eiwit eerst
kristallen vormen, en dat lukt lang niet altijd. Eiwitten zitten achter
veel biologische raadsels, van
wat
het onverwoestbare beerdiertje beschermt tot
waarom
vrouwen langer leven dan mannen.
Het grootste effect verwacht Müller bij cryo-elektronentomografie,
waarbij een computer opnamen uit verschillende hoeken combineert tot een
driedimensionaal beeld van de binnenkant van een cel. “Het is als een
bos vol bomen, en je probeert één blad aan één boom te vinden”, zegt
Bridget Carragher van onderzoeksinstituut Biohub, dat een eigen
microscoop met twee lasers bouwt.
Wat eens onzichtbaar was, wordt zichtbaar, en dat verandert alles aan hoe we ziekte begrijpen.
- Stephani Otte, vicepresident beeldvorming BiohubHet volgende doel is
myoglobine
Müller wil uiteindelijk eiwitten van 17 kilodalton in beeld krijgen,
zo groot als myoglobine, het eiwit dat zuurstof in je spieren vasthoudt.
Daarvoor moet de elektronenbundel scherp gefocust worden in plaats van
onscherp, zoals nu nodig is voor genoeg contrast. Lukt dat, dan
verdubbelt het contrast volgens hem nog eens.
Glaeser legde mee de basis voor de cryo-elektronenmicroscopie zelf.
Drie andere onderzoekers kregen daar in 2017 de Nobelprijs voor
Scheikunde voor; in hun toespraak noemden ze zijn werk. Zernike werkte
in Groningen met licht, Müller in Berkeley met een laser van 75
kilowatt. Het principe is hetzelfde gebleven.
Meer weten?