Merk je in Nederland nog iets van Tsjernobyl? Dit meten ze na 40 jaar

Wetenschap
Een geel waarschuwingsbord voor straling staat tussen de bomen in de sperzone rond Tsjernobyl.
Veertig jaar na de kernramp mag je de zwaarst getroffen gebieden rond Tsjernobyl nog steeds alleen maar in met een beschermend pak. In de grond liggen nog sterk radioactieve stofdeeltjes. Maar wat is er in de afgelopen decennia eigenlijk met dat levensgevaarlijke stof gebeurd? Duitse onderzoekers ontdekten dat die deeltjes veel minder veranderd zijn dan wetenschappers dachten.
Natuurkundige Tobias Weissenborn van de Leibniz Universität Hannover en kristallograaf Christoph Hennig van het Helmholtz-Zentrum Dresden-Rossendorf onderzochten zes deeltjes van 8 tot 50 micrometer uit de Oekraïense bodem, kleiner dan de dikte van een haar. Hun resultaten verschenen in oktober in het vakblad Journal of Hazardous Materials, meldt het HZDR.

Het stof houdt zijn straling beter vast dan verwacht

De splijtstof in de zes deeltjes heeft na veertig jaar in de grond nog grotendeels zijn oorspronkelijke kristalstructuur, de ordening van de atomen. De deeltjes zijn daarmee “veel stabieler dan tot nu toe werd aangenomen”, schrijft het onderzoeksinstituut.
Voor de omgeving is dat goed nieuws. Een stabiel deeltje houdt splijtingsproducten, de radioactieve stoffen die bij de kernreactie ontstonden, langer binnen. Gedragen meer deeltjes zich zo, dan komen er minder radioactieve stoffen in de bodem en het water rond de centrale.
Om dat te zien, draaiden de onderzoekers elk deeltje rond in een röntgenbundel van 100 micrometer breed bij de Rossendorf Beamline in het Franse Grenoble. Ze maten elk deeltje vanuit 2000 hoeken. Volgens het HZDR is het de eerste keer dat de structuur van zulke deeltjes zo is ontrafeld.

Waarom de sperzone voorlopig blijft bestaan

Onschuldig wordt de vervuiling er niet door, benadrukken de onderzoekers. “Elk deeltje heeft een andere structuur”, zegt Weissenborn. “En ons experiment onderzocht maar zes van zulke deeltjes van twee verschillende plekken.”
Ook met veel meer metingen kunnen de onderzoekers geen algemene uitspraken doen over de gezondheidsrisico’s in de regio, zegt hij. Een deel van de deeltjes blijft langer heel en geeft pas later radioactieve atomen af. De sperzone, het afgesloten gebied rond de centrale, kan daarom voorlopig niet worden opgeheven, schrijft het HZDR.
“Er zullen altijd uitschieters zijn, hardnekkigere deeltjes die op een later moment radionucliden afgeven.”

Drie soorten stof uit een brandende reactor

De deeltjes ontstonden op drie manieren, legt Weissenborn uit. Een deel lijkt nog sterk op de oorspronkelijke splijtstof uraniumdioxide. Een tweede soort smolt samen met zirkonium, het harde metaal van de hulzen om de splijtstof.
De derde soort ontstond toen het grafiet in de reactor vlam vatte. Dat grafiet remt normaal neutronen af, zodat de kettingreactie op gang blijft. Het brandde tien dagen. Daarbij veranderde de splijtstof in onder meer U3O8, een uraniumoxide dat makkelijk verbrokkelt. De wind neemt die brokjes mee en ingeademd zijn ze een ernstig gezondheidsrisico.
In de resten van reactor 4 groeit intussen een zwarte schimmel die mogelijk van straling leeft. Onderzoekers hebben dat nog niet bevestigd.

Wat merk je in Nederland nog van Tsjernobyl?

Vrijwel niets, schrijft het RIVM. Op 2 mei 1986 trok de radioactieve wolk over Nederland. Regen bracht op 3 en 4 mei radioactieve stoffen naar de grond. Melkkoeien moesten binnenblijven en boeren vernietigden spinazie met veel straling.
In 1986 kwam er door de ramp ongeveer 2,5 procent bij de straling die Nederlanders gewoonlijk krijgen, een jaar later nog 0,5 procent. De laatste twintig jaar is de bijdrage volgens het RIVM verwaarloosbaar.
Cesium-137, de radioactieve stof uit Tsjernobyl die het langst in de bodem blijft, halveert elke dertig jaar. Van wat er in 1986 in Duitsland neerkwam, is zo’n 60 procent vervallen, meldt het Duitse Bundesamt für Strahlenschutz (BfS).

Paddenstoelen plukken in Zuid-Duitsland? Deze soorten bevatten de meeste straling

In Zuid-Duitsland ligt meer cesium in de bodem dan hier. Het BfS meet elk jaar wilde paddenstoelen in Beieren. In de meetronde van 2023 tot 2025 zaten soorten uit het Beierse Woud ruim boven de 600 becquerel per kilo die in Duitsland voor paddenstoelen in de handel geldt, meldt het Duitse persbureau epd.
SoortCesium-137 per kilo vers
Gele stekelzwam, rossige stekelzwammeer dan 2000 becquerel
Kastanjeboleet, trompetcantharel, ivoorzwam, grofplaatrussulameer dan 1000 becquerel
Hazenboleet, reuzenzwamsteeds minder dan 5 becquerel
Gekweekte champignon, oesterzwam, shiitakeheel weinig
Een becquerel is één radioactief verval per seconde. Toch is het risico klein. Eet je elke week 200 gram kastanjeboletten met 1400 becquerel per kilo, dan krijg je er 0,18 millisievert straling per jaar bij. Dat is iets meer dan drie vluchten van Frankfurt naar New York, rekent het BfS voor.
“Vanuit stralingsbescherming is er niets op tegen om zelf geplukte paddenstoelen te eten”, zegt BfS-president Inge Paulini. Daarmee blijft het BfS bij wat het vorig jaar zei, toen WEL schreef dat Duitse paddenstoelen weer veilig te eten zijn.
Eet je vaak wilde paddenstoelen, houd het dan op 200 tot 250 gram per week, adviseert de Duitse apothekerssite Aponet. Ze nemen namelijk ook zware metalen als lood, kwik en cadmium op.
Meer weten?
loading

Loading