Het kabinet trekt €1,5 miljard uit voor koopkrachtreparatie in 2027, maar de precieze invulling is nog niet bekend. Zes dagen voor Prinsjesdag. Het CPB verwacht voor volgend jaar een koopkrachtdaling van 0,3 procent, de eerste in jaren. De vraag is niet óf er geld komt, maar via welke regeling het wordt uitgegeven. Die keuze bepaalt of jouw huishouden er iets van terugziet.
Drie knoppen, drie doelgroepen
Het kabinet kan de €1,5 miljard ruwweg via drie routes uitgeven: de arbeidskorting verhogen, de zorgtoeslag ophogen of het kindgebonden budget verruimen. Elk instrument bereikt een andere groep huishoudens. Wie buiten die groep valt, merkt niets van het geld.
Werkenden en uitkeringsgerechtigden leveren in 2027 in doorsnee 0,4 procent
koopkracht in. De hardste tik komt bij paren zonder kinderen onder de AOW-leeftijd: min 0,5 procent. Alleen gepensioneerden kunnen rekenen op een kleine koopkrachtstijging. Waar de €1,5 miljard naartoe gaat, bepaalt welke van die groepen gecompenseerd wordt.
Alles naar de arbeidskorting
De arbeidskorting is in het leven geroepen om werken financieel aantrekkelijker te maken en de arbeidsparticipatie te verhogen. De korting is zo ontworpen dat deze bij lagere inkomens het meest effectief is. Wordt de €1,5 miljard hier ingezet, dan profiteren werkenden het meest, met name rond een modaal
inkomen.
Maar gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden schieten er niets mee op. Tweeverdieners profiteren bovendien dubbel, omdat beide partners de korting ontvangen. Het ministerie van Financiën constateerde eerder al dat lastenverlichting specifiek gericht op werkenden, zoals via de arbeidskorting, het verschil in belastingdruk tussen een- en tweeverdieners vergroot.
Daar komt iets bij. De belasting voor hoge inkomens gaat met 750 miljoen euro omhoog, meldde NOS op basis van de gelekte Prinsjesdagstukken. Mogelijk gebeurt dat juist door de arbeidskorting voor deze groep te verlagen. In dat geval geeft en neemt het kabinet via hetzelfde instrument.
De keuze voor een regeling is ook een keuze tegen iedereen die er niet onder valt.
Alles naar de zorgtoeslag
De zorgtoeslag is gericht op huishoudens met een laag inkomen. Werkenden, gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden kunnen er allemaal van profiteren, mits hun inkomen onder de grens valt. In 2026 lag die grens op €40.857 voor alleenstaanden en €51.142 met een toeslagpartner. De inkomensgrenzen voor 2027 zijn nog niet definitief. Wie rond modaal verdient, valt er nu al buiten.
Dit scenario helpt de onderkant het meest, maar biedt geen verlichting voor de middeninkomens die door de vrijheidsbijdrage en de stijgende zorgpremie al fors worden geraakt. Eerder rekenden we in Huurder in 2027: huurverhoging, zorgpremie en belasting opgeteld, tot €75 per maand meer voor dat een alleenstaande huurder in 2027 al tot €75 per maand extra kwijt kan zijn. De zorgtoeslag bereikt een deel van die groep, maar wie net boven de inkomensgrens zit, ziet niets terug.
Alles naar het kindgebonden budget
Het kindgebonden budget bereikt gezinnen met kinderen, maar is inkomensafhankelijk. Juist dit instrument wordt in 2027 al versoberd boven €60.000 inkomen, zo schreven we eerder in Verdien je als gezin meer dan €60.000? In 2027 verlies je honderden euro's aan kindgebonden budget. Extra geld in deze regeling zou die klap deels opvangen, zeker voor gezinnen die nu tussen de €40.000 en €60.000 verdienen.
Maar gezinnen zonder kinderen gaan er in 2027 het meest op achteruit, en het kindgebonden budget helpt ze per definitie niet. Wat deze groep allemaal kwijtraakt, berekenden we eerder in Geen kinderen, geen vangnetten: stel zonder kinderen is de grootste verliezer in 2027, en dit is de optelsom. Gepensioneerden vallen er eveneens buiten.
Wie er hoe dan ook naast grijpt
Elk scenario heeft blinde vlekken. Bij de arbeidskorting missen gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden de boot. Bij de zorgtoeslag grijpen middeninkomens mis. Bij het kindgebonden budget zijn stellen zonder kinderen opnieuw de verliezers. In de praktijk zal het kabinet de €1,5 miljard waarschijnlijk over meerdere instrumenten spreiden. Maar zelfs dan is het bedrag niet groot genoeg om de koopkrachtdaling voor alle groepen tegelijk weg te poetsen.
Op dinsdag 15 september worden de officiële stukken openbaar. Niet alleen een begroting, maar ook een keuze: wie telt mee, en wie niet.