Huurders zijn veel meer kwijt aan wonen dan kopers

Economie
door Dirk Kruin
dinsdag, 16 juni 2026 om 7:57
shutterstock_348661043
Huurders geven in Nederland gemiddeld een veel groter deel van hun inkomen uit aan wonen dan huiseigenaren, en dat verschil loopt alleen maar verder op. Vooral in de vrije huursector slokt de huur een fors stuk van het maandbudget op.

Wat blijkt uit de nieuwe cijfers?

Volgens recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn huiseigenaren in doorsnee 16,3 procent van hun besteedbaar inkomen kwijt aan woonlasten, terwijl dat voor sociale huurders 24,6 procent is en voor huurders in de private sector zelfs rond de 30 procent ligt. Bij die woonlasten telt het CBS niet alleen huur of hypotheek, maar ook vaste lasten zoals gas, water, licht en lokale heffingen mee. Gemiddeld besteden Nederlanders ongeveer 23 procent van hun inkomen aan wonen, maar achter dat gemiddelde gaat dus een scherpe kloof tussen huurders en kopers schuil.

Wie betaalt het meest – en waarom?

De pijn zit vooral bij huurders met een laag of middeninkomen, die vaak aangewezen zijn op sociale huur of dure particuliere huur. Jongere huurders en alleenstaande ouderen tellen relatief de hoogste woonquotes neer, omdat zij gemiddeld lagere inkomens hebben en minder kunnen uitwijken naar een koopwoning. Daartegenover staan huiseigenaren die hun hypotheek al (deels) hebben afgelost en wiens maandlasten daardoor gelijk blijven of dalen, terwijl huren vrijwel jaarlijks meestijgen met (of zelfs boven) de inflatie.

Gevolgen voor de woningmarkt

De verschillen in woonlasten versterken ook de vermogensongelijkheid: kopers bouwen vermogen op via hun woning, terwijl huurders een groter deel van hun inkomen maandelijks weg zien vloeien. Nieuwe, relatief betaalbare nieuwbouwwoningen komen bovendien vooral terecht bij lagere inkomens in de corporatiesector, terwijl nieuwe koopwoningen vooral naar hogere inkomens gaan. De vraag is hoelang een systeem houdbaar is waarin de mensen zonder stenen onder hun voeten structureel de hoogste prijs betalen om een dak boven hun hoofd te hebben.

Amsterdam: duur wonen als norm

In Amsterdam zijn de verschillen tussen huurders en huiseigenaren nog scherper, doordat de huren in zowel de sociale als de vrije sector al jaren sneller stijgen dan veel inkomens. Vooral in populaire wijken en rondom het centrum slokt de huur voor particuliere huurders een fors deel van het besteedbare inkomen op, waardoor woonquotes van dertig procent en hoger eerder regel dan uitzondering zijn. Tegelijkertijd profiteren veel Amsterdamse huiseigenaren van jarenlang lage hypotheekrentes en sterk stijgende huizenprijzen, waardoor hun maandlasten relatief beperkt zijn terwijl hun vermogenspositie juist groeide.
loading

Loading