Van de VS tot Europa en Zuid-Amerika zijn rundvleesprijzen in enkele jaren uitgegroeid tot een luxeartikel. De kern: een krimpende veestapel, duurdere productie en consumenten die maar mondjesmaat willen afhaken zorgen ervoor dat de prijzen hoog blijven en supermarkten weinig ruimte hebben om te stunten.
Wie de prijzen van de supermarkt bekijkt, ziet hetzelfde patroon terug in bijna alle rijke landen: waar brood, olie of zuivel soms licht in prijs zijn gedaald, blijft rundvlees hardnekkig duur. Dat begint bij de basis: de veestapel. In de Verenigde Staten is het aantal
runderen gezakt naar het laagste niveau in zo’n 75 jaar, na jaren van droogte, dure voerkosten en
boeren die noodgedwongen koeien hebben verkocht in plaats van aangehouden. Een vergelijkbare beweging zie je in delen van Zuid-Amerika en Europa, waar klimaatstress, hoge rente en onzeker beleid investeringen in nieuwe dieren afremmen. Het resultaat is een structurele krapte in het aanbod, die zich door de hele keten heen vertaalt naar hogere prijzen per kilo
vlees.
Tegelijkertijd zijn de kosten op elk schakelpunt in de keten de afgelopen jaren gestegen.
Boeren betalen meer voor voer, land, energie, machines en krediet. Slachthuizen en vleesverwerkers hebben te maken met hogere lonen, strengere regels rond voedselveiligheid, milieu en dierenwelzijn, en soms dure modernisering van hun installaties. Transport is duurder geworden door brandstofprijzen en logistieke verstoringen, terwijl supermarkten en horeca zelf ook worstelen met hogere energiekosten en huur. Zelfs als de groothandelsprijs van karkassen een beetje daalt, blijven al die vaste kosten als een soort betonnen vloer onder de consumentenprijs liggen.
Wat rundvlees extra bijzonder maakt, is dat de vraag verrassend sterk blijft. Consumenten passen hun gedrag aan, maar stappen niet massaal uit rundvlees. In plaats van biefstuk en entrecote kiezen steeds meer huishoudens voor gehakt, stoofvlees en goedkopere, langzame bereidingen. In de VS, Europa en Latijns-Amerika zie je hetzelfde patroon: minder vaak luxe steak op tafel, maar meer hamburgers, pastasaus en “budget”-gerechten met kleinere porties vlees. Daarmee blijft de totale consumptie weliswaar wat onder druk staan, maar niet genoeg om de prijs echt te breken. Dat geeft supermarkten en grote restaurantketens ruimte om de hogere inkoopkosten door te berekenen.
Tot slot speelt beleid een belangrijke rol. Strengere klimaat- en stikstofregels, druk om ontbossing tegen te gaan en hogere standaarden voor dierenwelzijn maken rundvleesproductie in veel regio’s duurder en risicovoller. Tegelijk wil men uit milieu-overwegingen niet ongelimiteerd goedkoop vlees importeren uit landen met lagere standaarden. Zo ontstaat wereldwijd een spanningsveld: boeren en verwerkers die alleen tegen hogere prijs kunnen produceren, beleidsmakers die de sector willen inperken, en consumenten die eigenlijk hetzelfde lapje vlees verwachten als tien jaar geleden. In die driehoek is het logische gevolg dat rundvlees langzaam maar zeker opschuift van alledaags product naar betaalbare luxe – en dat de “oude normale” prijzen voorlopig niet terugkomen.