Hoge
inflatie en geopolitieke onrust blijken voor veel grote bedrijven geen ramp, maar een kans om de
winst verder op te voeren. Sinds het begin van de jaren 2020 zijn bedrijfswinsten in de Verenigde Staten naar een recordniveau gestegen, ondanks pandemie, handelstarieven, verstoorde toeleveringsketens en nu een oorlog rond Iran die energieprijzen opdrijft.
Uit gegevens in
The New York Times, blijkt dat bedrijfswinsten als aandeel van de economie historisch hoog zijn, net als een belangrijke maatstaf voor winstmarges: het verschil tussen de kosten voor bedrijven en de prijzen die consumenten betalen. “Het is compleet schokkend,” zegt Josh Brown, topman van Ritholtz Wealth Management, die stelt dat bedrijven “praktisch ninja’s” zijn geworden in het managen van risico’s.
Economen zien dat veel ondernemingen externe schokken – van oorlog tot nieuwe importheffingen – aangrijpen om prijzen te verhogen, vaak meer dan strikt kostendekkend. Tijdens eerdere crises, zoals de Russische inval in Oekraïne en de verhoging van tarieven door president Donald Trump, wisten bedrijven de extra kosten grotendeels door te schuiven naar klanten, terwijl de marges opliepen. Ook nu verwachten analisten dat de winst van bedrijven in de grote Amerikaanse beursindex S&P 500 in de komende kwartalen met ruim 10 procent zal groeien, ondanks de oorlog en duurdere energie.
Consumentenwaakhonden waarschuwen intussen voor een nieuwe fase van “
greedflation”: prijsstijgingen die deels worden gedreven door winsthonger, geholpen door AI-gestuurde prijssoftware die razendsnel test hoeveel extra een klant bereid is te betalen. Oftewel: de
inflatie op het kassabonnetje is vaak niets anders dan iemands anders extra marge.