Vrouwen krijgen vaker
dementie dan mannen. Dat verschil wordt vaak verklaard met één simpel gegeven: vrouwen leven gemiddeld langer. Maar daarmee is het verhaal niet af. Onderzoek laat zien dat vrouwen niet alleen ouder worden, maar op hoge leeftijd ook echt vaker
Alzheimer ontwikkelen, de meest voorkomende vorm van dementie.
Wereldwijd is ongeveer 60 tot 65 procent van de mensen met dementie vrouw. In studies uit Europa en de Verenigde Staten lopen de cijfers voor vrouwen vooral na het 80ste levensjaar sterker op dan voor mannen. Dat wijst erop dat leeftijd wel belangrijk is, maar niet alles verklaart.
Wetenschappers kijken daarom ook naar biologische verschillen. Een belangrijke verdachte is oestrogeen. Dat hormoon lijkt het brein op verschillende manieren te beschermen, en rond de menopauze daalt de hoeveelheid ervan sterk. Sommige studies suggereren zelfs dat een vroege menopauze samenhangt met een hoger risico op dementie later in het leven.
Daarnaast lijken genetische risicofactoren vrouwen harder te raken. Zo meldde Stanford Medicine in 2026 dat het APOE4-gen, een bekende risicofactor voor Alzheimer, het dementierisico bij vrouwen veel sterker verhoogt dan bij mannen. Ook andere factoren spelen mogelijk mee, zoals verschillen in immuunsysteem, hart- en vaatgezondheid en de manier waarop eiwitten in de hersenen zich ophopen.
Daar komt nog iets ongemakkelijks bij: vrouwen dragen ook sociaal gezien een zwaardere last. Zij zijn niet alleen vaker patiënt, maar ook vaker mantelzorger van iemand met dementie. Dementie is dus niet alleen een medische kwestie, maar ook een verhaal over sekse, zorg en vergrijzing.
Misschien wordt het tijd om
dementie niet langer als een neutrale ouderdomsziekte te behandelen.