Wie dacht dat vooral de supermarkt Nederland duurder maakt, kijkt inmiddels naar de verkeerde plek. De
inflatie kwam in juni uit op 2,9 procent, lager dan de 3,5 procent in mei, maar achter dat cijfer zit een opvallender verhaal: juist
wonen, vervoer en diensten drukken momenteel stevig op het huishoudboekje.
Volgens het CBS leverde de categorie huisvesting, water en energie in juni 0,87 procentpunt van de totale
inflatie op. Vervoer droeg 0,79 procentpunt bij, gevolgd door consumptie in het buitenland, restaurants en accommodatiediensten. Dat betekent dat de prijsdruk minder uit de dagelijkse boodschappen komt dan uit alles eromheen:
tanken, reizen, uit eten gaan en de bredere kosten van wonen.“De nieuwe duurte zit minder in de kassabon van de supermarkt en meer in de vaste en halfvaste uitgaven daaromheen.”
Dat beeld past bij de bredere uitleg van De Nederlandsche Bank. DNB wijst erop dat de Nederlandse inflatie de afgelopen jaren vaak hoger lag dan in het eurogebied door een krappe arbeidsmarkt, relatief stevige loonstijgingen en belastingverhogingen, die bedrijven deels doorberekenen in hun
prijzen. In juni lag de Nederlandse HICP-inflatie op 2,5 procent, tegen 2,8 procent in de eurozone, maar vooral diensten bleven met 3,9 procent duur.
Opvallend is ook wat juist níét de grote aanjager was. Het CBS meldde dat motorbrandstoffen en de prijzen van vakantiehuizen en hotels in juni juist een neerwaarts effect hadden op de inflatieontwikkeling. De totale inflatie daalde daarmee wel, maar dat maakt het leven nog niet goedkoop; het betekent alleen dat prijzen minder snel stijgen dan eerder.
“Volgens het CBS leverde de categorie huisvesting, water en energie in juni 0,87 procentpunt van de totale inflatie op.”
De les voor consumenten is dus licht irritant, maar helder: de nieuwe duurte zit minder in de kassabon van de supermarkt en meer in de vaste en halfvaste uitgaven daaromheen. Of simpeler gezegd: niet de paprika, maar het patroon maakt Nederland duurder.
Vooral wonen is duur
De inflatie in Nederland daalde in juni naar 2,9 procent, maar dat betekent niet dat het leven ineens goedkoper wordt. Volgens CBS en DNB zit de prijsdruk nu vooral bij wonen, vervoer en diensten, niet primair bij boodschappen. Juist die uitgaven voelen vaak hardnekkig, omdat ze terugkeren in huur, energiekosten, mobiliteit en vrijetijdsbesteding.