Je hoort het voortdurend. 'Zij strijdt er dapper tegen', Of als de '
strijd' verloren is: 'na een dappere strijd is toch nog onverwacht snel overleden'. In Time stelt kankerpatient
Josh Friedman er voor om daarmee te stoppen. Het suggereert dat we - bij
kanker - ons lot in eigen
handen hebben. Dat er dappere strijders zijn en dan ook lafaards, die de kanker zo maar laten winnen. Hij schrijft: 'Wij kanker-overlevenden weten wel beter. We zijn helemaal niet moedig. Ik zelf was af en toe doodsbang. Je overleeft kanker door een mix van vroege ontdekking, goede dokters en een beetje geluk. Je eigen moed speelt geen enkele rol." "De Dood komt een keer voor ons allemaal. En wanneer hij komt heeft niets te maken met moed of verdienste."
'
'Het suggereert dat wij - bij
kanker - ons lot in eigen
handen hebben', schrijft Friedman. 'Dat er dappere strijders zijn en dan ook lafaards, die de kanker zo maar laten winnen. Als je het zo stelt, zijn kanker-overlevenden opeens helden. We zijn helemaal niet moedig. Ik zelf was af en toe doodsbang. Je overleeft kanker door een mix van vroege ontdekking, goede dokters en een beetje geluk. Je eigen moed speelt geen enkele rol.'
(UvA: Hoe strijdlustige taal rond kanker anders kan)Waarom zijn vechtmetaforen zo populair?
Geweldmetaforen als 'strijden', 'vechten' en 'het gevecht aangaan' zijn zo ingebakken in onze taal dat je er nauwelijks omheen kunt, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. In het Nederlands kennen we dezelfde patronen: we 'vechten' tegen
kanker, rouwadvertenties vermelden dat iemand 'dapper heeft gevochten maar de
strijd heeft verloren'.
Voor sommige patiënten bieden deze metaforen houvast. Ze geven het gevoel dat je iets kunt doen, dat je controle hebt. 'Strijden' en 'dapper vechten' kunnen kracht geven tijdens een lange en onzekere behandeling. Het concrete beeld van een gevecht kan mensen helpen om zich mentaal voor te bereiden op chemotherapie, operaties en andere ingrijpende behandelingen.
De keerzijde: schuld en schaamte
Maar er zit een donkere kant aan deze taal. Wat als je het 'gevecht' verliest? De metafoor suggereert dan dat je niet hard genoeg hebt gevochten, dat je tekort bent geschoten. Patiënten gaan denken: het is helemaal 'up to me', en als het niet lukt, is dat mijn schuld.
Dit gevoel van falen kan bijzonder kwetsend zijn voor patiënten en nabestaanden. Een oorlogsmetafoor schept een beeld van winnaars en verliezers. Iemand die overlijdt aan
kanker heeft dan niet 'verloren' door gebrek aan moed of doorzettingsvermogen - maar de metafoor wekt wel die indruk.
De Nederlandse zwemmer
Maarten van der Weijden, zelf kankeroverlevende, benadrukt in zijn autobiografie 'Beter' expliciet dat hij niet achter de metafoor van
kanker als
strijd staat. Volgens hem hebben vooral zijn artsen het werk gedaan om hem te genezen, niet hijzelf. Hij ziet zichzelf eerder als iemand die een behandeling ondergaat dan als een strijder.