PFAS in de
eieren van particuliere kippenhouders komt vooral door wormen die de kippen uit de bodem oppakken. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) komt tot die conclusie na nieuw onderzoek. Het onderzoek is gedaan omdat vorig jaar bleek dat particuliere kippeneieren in Nederland veel meer PFAS bevatten dan commerciële eieren.
Tijdens het onderzoek werd de grootste hoeveelheid PFAS gemeten in eieren van hobbykippen die buiten rondlopen, bijvoorbeeld in tuinen, moestuinen, dierenweiden en zorg- en kinderboerderijen. In wormen vond het RIVM vaak veel en dezelfde PFAS-stoffen als die in de eieren werden aangetroffen. Daarom concludeert het instituut dat wormen een belangrijke rol spelen als bron van PFAS in particuliere eieren. Overigens zit er ook veel PFAS in andere bodemdieren.
Bodemdieren
Waar die chemische stoffen in de bodem vandaan komen, is tijdens het onderzoek niet bekeken. Naast bodemdieren kunnen water, grond, stro, zaagsel en hout van kippenhokken bijdragen aan de hoeveelheid PFAS in eieren, al werden daarin veel minder hoge concentraties gevonden. Door grote verschillen tijdens metingen - de hoeveelheid stoffen verschilt per locatie en per dag - zegt de uitkomst van het onderzoek alleen iets over de eieren die op dat moment onderzocht werden.
De onderzoekers hadden verwacht dat de eerste eieren na de winter een beduidend hogere concentratie PFAS zouden bevatten, omdat kippen in de winter nauwelijks eieren leggen. Dat bleek echter niet het geval te zijn. De onderzoekers vonden geen verklaring voor hoe dat kan.
Maatregelen
De vondsten zijn onderdeel van een groter onderzoeksprogramma. Het RIVM probeert te achterhalen hoeveel PFAS Nederlanders binnenkrijgen en waar dat vandaan komt. Daarmee hoopt het instituut met goede maatregelen te kunnen komen om de blootstelling van Nederlanders aan de schadelijke stoffen te verminderen.