De nieuwe opperbevelhebber van Trumps grenspatrouille, Gregory Bovino, ziet er niet toevallig uit als een
figurant uit een nazi-film. In Minneapolis dook hij onlangs op in een kuitlange, militair ogende jas met 90 centimeter brede schouders, een kraag als een schild en een dubbele rij messing knopen – een silhouet dat eerder aan een SS-officier dan aan een moderne politiecommandant doet denken. Zijn kortgeschoren hoofd, zwarte overhemd met kraaginsignes en een klassieke Sam-Browne-riem versterken dat theatrale, autoritaire effect.
Opvallend: gewone agenten van Border Patrol en
ICE dragen functionele hightech-jacks vol tactische snufjes, alleen Bovino paradeert in een wapperende mantel, alsof hij een veldheer is die geen ander pantser nodig heeft dan zijn aura.
Het Amerikaanse ministerie van Homeland Security wuifde kritiek weg met de stelling dat hij “gewoon zijn uniform” draagt en verweet critici dat zij “onze mannen en vrouwen in uniform met nazi’s vergelijken”. Tegelijkertijd worden de door hem geleide razzia’s in grote steden steeds gewelddadiger: in Minneapolis werd de ongewapende Renée Good door een
ICE-agent doodgeschoten tijdens zo’n actie, waarna Bovino de schutter in een video prees met de woorden: “Hats off to that ICE agent.”
I
n deze esthetiek van wreedheid is niets toevallig. De jas, de riem, de pose: het is een zorgvuldig geconstrueerd beeld dat bedoeld lijkt om angst in te boezemen – en om tegenstanders te vernederen nog vóór er één bevel is gegeven.