Omdat de president Hollande, Sarkozy en Macron jaren lang laf zijn geweest, staat Frankrijk er nu beroerd voor en daarmee ook Europa.

Politiek
franse_presidenten_collage
Frankrijk heeft geen gebrek aan waarschuwingen gehad. Al minstens twintig jaar is duidelijk dat de Franse overheid structureel meer uitgeeft dan zij binnenkrijgt. Toch hebben Nicolas Sarkozy, François Hollande en Emmanuel Macron de overheidsfinanciën niet duurzaam op orde gebracht. De staatsschuld steeg van ongeveer 65 procent van het bruto binnenlands product in 2007 naar ruim 115 procent in 2025. Dat is geen plotseling ongeluk, maar het resultaat van jarenlang onvoldoende ingrijpen. De eigen politieke toekomst is nog altijd belangrijker dan de toekomst van het land.
Dat politieke lafheid noemen, is een oordeel. Dat het probleem telkens is doorgeschoven, is een constatering die ook door de Franse Rekenkamer wordt ondersteund. Die schrijft dat Frankrijk de noodzakelijke begrotingsinspanningen al jarenlang heeft uitgesteld. De rekening verdwijnt daardoor niet. Zij wordt alleen groter.

Hoge belastingen, en toch een enorm tekort

Frankrijk laat zien dat een hoge belastingdruk geen gezonde begroting garandeert. In 2025 bedroegen de inkomsten uit belastingen en sociale premies volgens Eurostat 45,4 procent van de economie: het hoogste percentage van de Europese Unie. Toch kwam de overheid geld tekort. Veel geld.
Het Franse statistiekbureau INSEE becijferde het begrotingstekort over 2025 op 152,5 miljard euro, oftewel 5,1 procent van het bbp. Frankrijk heft dus uitzonderlijk veel belastingen en premies, maar geeft nog altijd aanzienlijk meer uit dan er binnenkomt.
Daarbij is één onderscheid belangrijk: niet ‘Frankrijk’ als geheel geeft meer uit dan het verdient, maar de Franse overheid geeft structureel meer uit dan zij ontvangt. In 2025 bedroegen de overheidsuitgaven 57,2 procent van het bbp, volgens de OESO 7,4 procentpunten boven het gemiddelde van de eurozone. Het probleem zit dus niet uitsluitend aan de inkomstenkant. De Franse staat is ook uitzonderlijk duur.

De sociale rekening weegt het zwaarst

De belangrijkste verklaring voor die hoge uitgaven ligt bij de sociale bescherming, inclusief pensioenen en gezondheidszorg. Volgens de Banque de France bedroegen deze uitgaven in 2023 ongeveer 32,2 procent van het bbp, tegenover gemiddeld 27,2 procent in de eurozone. Van dat verschil kwam 2,2 procentpunten voor rekening van pensioenen en 1,5 procentpunt van gezondheidszorg.
De uitgaven zijn niet allemaal verspilling. Een pensioen voorkomt armoede, goede zorg heeft maatschappelijke waarde en een sociaal vangnet beschermt mensen tegen pech. Maar ook waardevolle voorzieningen moeten worden betaald. Een stelsel wordt niet houdbaar doordat politici weigeren over de rekening te praten.
Frankrijk besteedde daaraan in 2023 ongeveer 14,4 procent van zijn economie, tegenover 12,2 procent in de eurozone gemiddeld.
Vooral de pensioenen drukken zwaar. Frankrijk besteedde daaraan in 2023 ongeveer 14,4 procent van zijn economie, tegenover 12,2 procent gemiddeld in de eurozone. Bovendien namen pensioenen een steeds groter deel van de overheidsuitgaven in: van ongeveer 23 procent in 2001 tot bijna een kwart in 2023.

Vroeg met pensioen is niet gratis

De Franse pensioenkwestie draait om meer dan één leeftijdsgrens. Ook de hoogte van uitkeringen, het aantal jaren premiebetaling, uitzonderingsregelingen en de werkgelegenheid onder ouderen bepalen de kosten. Maar relatief vroeg stoppen met werken maakt de rekening onmiskenbaar moeilijker. De OESO constateert dat de feitelijke pensioenleeftijd in Frankrijk laag blijft en de pensioenuitkeringen relatief hoog zijn in vergelijking met andere landen. De premies liggen ondertussen al op een hoog niveau.
Het Franse pensioenstelsel werkt grotendeels op basis van omslag: de werkenden van nu betalen voor de gepensioneerden van nu. Als mensen langer leven en de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden ongunstiger wordt, ontstaat druk op dat systeem. Dan zijn er grofweg drie mogelijkheden: langer werken, lagere uitkeringen of hogere bijdragen. Frankrijk kan niet blijven doen alsof er een vierde mogelijkheid bestaat waarbij niemand iets hoeft in te leveren.
Langer doorwerken helpt bovendien langs meerdere wegen: mensen betalen langer belasting en premies, ontvangen later pensioen en blijven bijdragen aan de economie. Dat werkt alleen goed als werkgevers ouderen ook daadwerkelijk in dienst houden. Een hogere pensioenleeftijd zonder passend werk lost niet alles op. De OESO koppelt hervorming daarom nadrukkelijk aan een hogere arbeidsparticipatie onder ouderen.

Sarkozy, Hollande en Macron deden wel iets — maar niet genoeg

Het zou onjuist zijn te schrijven dat de drie presidenten helemaal niets hebben aangedurfd. Sarkozy verhoogde in 2010 de wettelijke pensioenleeftijd van 60 naar 62 jaar, ondanks massale protesten. Hollande liet in 2014 het vereiste aantal bijdragejaren voor een volledig pensioen geleidelijk oplopen naar 43.
In gezonde landen ga je met pensioen als je minstens 67 bent
Macron zette in 2023 een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd van 62 naar 64 jaar door. Ook die hervorming leidde tot groot verzet. Inmiddels is de uitvoering opgeschort; volgens de OESO moet zij ten minste vanaf 2028 worden hervat, zodat de wettelijke leeftijd in 2033 op 64 jaar uitkomt

Niet alleen de gepensioneerde is verantwoordelijk

Wie uitsluitend naar de pensioenleeftijd wijst, maakt de analyse te gemakkelijk. Ook gezondheidszorg, overheidssteun aan bedrijven, fiscale uitzonderingen en de doelmatigheid van het lokale bestuur horen bij het probleem. De OESO noemt pensioenen, zorg en economische overheidsuitgaven als belangrijke verklaringen voor het hoge uitgavenniveau en de groei daarvan.
Daarom is alleen ‘meer belasting voor de rijken’ geen sluitende oplossing, maar ‘alleen langer werken’ evenmin. De OESO pleit voor een combinatie van maatregelen: uitgaven beter beheersen, ondoelmatige fiscale voordelen verminderen en de lasten eerlijker verdelen tussen werkenden en gepensioneerden. Daarbij noemt zij onder meer het beperken van fiscale voordelen voor pensioeninkomens en het beschermen van lage pensioenen bij eventuele ingrepen.
De vraag moet dus niet zijn of de verzorgingsstaat mag blijven bestaan. De vraag is welke hervormingen nodig zijn om hem betaalbaar te houden.

De rente maakt uitstel steeds duurder

Rente is daarbij een bijzonder onaantrekkelijke uitgavenpost: zij levert geen extra verpleegkundige, school of spoorlijn op. Zij betaalt voor eerder geleend geld. Hoe groter die post wordt, hoe minder ruimte overblijft voor publieke voorzieningen of belastingverlaging.

Waarom Europa hier last van krijgt

Frankrijk is de op een na grootste economie van de eurozone. Zijn begrotingsproblemen zijn daardoor geen geïsoleerde nationale kwestie. Een financieel verzwakt Frankrijk heeft minder ruimte om te investeren, economische tegenvallers op te vangen en Europese ambities mee te financieren. De OESO waarschuwt dat herstel van de overheidsfinanciën nodig is om ruimte voor toekomstige prioriteiten te behouden.
Dat betekent niet dat Nederland automatisch de Franse pensioenen betaalt of dat een Europese reddingsoperatie onvermijdelijk is. Het betekent wel dat een belangrijke Europese economie zichzelf verzwakt op een moment dat defensie, vergrijzing en de energietransitie juist extra middelen vragen.
De kern van het Franse probleem is uitstelpolitiek: te lang proberen royale beloften, hoge belastingen en blijvende tekorten naast elkaar te laten bestaan. Wie de sociale zekerheid werkelijk wil beschermen, moet durven veranderen hoe zij wordt betaald. Anders verdedigt hij niet de verzorgingsstaat, maar schuift hij de rekening door naar de volgende generatie.
loading

Loading