Steeds meer mensen slapen in portieken, onder viaducten of tegen gevels, omdat opvang of netwerk ontbreekt. Bewoners staan dan voor een ongemakkelijke keuze: negeren, wegsturen of helpen. Wat is verstandig, en wat werkt daadwerkelijk voor iemand die letterlijk geen eigen deur meer heeft?
Je loopt ’s ochtends naar buiten en stapt bijna over een slapende man in je portiek, zijn rugzak als kussen, lege fles naast zich. Laat je hem liggen, maak je hem wakker, bel je de politie?
In Rotterdam gaat het
Daklozen Team uit van ongeveer 300 mensen die buiten slapen, naast naar schatting duizenden anderen zonder vaste woonplek. Landelijk telt het CBS ruim 30.000 dak- en thuisloze mensen, al zijn de cijfers onvolledig. De vraag wat jij als omwonende moet doen, wordt dus minder theoretisch en meer alledaags.
Wie voor je deur ligt, kan een verslaafde zijn, maar ook een arbeidsmigrant die na ontslag ineens straatbewoner is. Predikant Martijn van Leerdam van de
Pauluskerk wijst op iets eenvoudigs: laat iemand rustig slapen en zet desnoods een flesje water neer. Het gaat niet alleen om eten of geld, zegt hij, maar vooral om waardigheid – gezien worden in plaats van weggejaagd. Wie wil helpen, kan verwijzen naar laagdrempelige plekken: kerken zoals de Pauluskerk, bibliotheken waar je mag zitten, opladen en naar het toilet kunt, of maatschappelijke opvang.
Tegelijk is er een grens. Reageert iemand niet meer, oogt hij zwaar versuft of is er sprake van agressie of bedreiging, dan is
112 bellen wél het juiste gebaar. Bij overlast gaat het niet om ‘hard zijn’, maar om basale veiligheid voor alle betrokkenen. De ironie is dat gemeenten enerzijds extra opvang en begeleiding beloven via stadsakkoorden, terwijl anderzijds regels en boetes voor buitenslapen en bedelen worden aangescherpt. Dakloze mensen bewegen zo tussen opvangbed, portiek en politiewagen – en bewoners tussen empathie en irritatie.
Wat hier op het spel staat, is de vraag of de publieke ruimte vooral door handhaving wordt geregeld, of ook door burgerlijke mildheid. Wie de slapende
buurman voor zijn deur uitsluitend ziet als ‘overlast’, sluit de deur van zijn eigen medemenselijkheid. Wie hem alleen als slachtoffer ziet, miskent soms de noodzaak om grenzen te stellen. De uitdaging is om iets kleins te doen – een glas water, een vriendelijk woord, een verwijzing naar hulp – zónder de verantwoordelijkheid van de overheid over te nemen.
In Amsterdam en omstreken kun je om hulp en raad vragen bij de volgende instanties:
- De Regenboog GroepBiedt inloophuizen, maatschappelijk werkers, begeleiding en dagbesteding voor dak- en thuislozen in Amsterdam. Bewoners kunnen mensen op straat naar een van de inlopen verwijzen voor koffie, contact, praktische hulp en soms medische ondersteuning.
- HVO-QueridoGrote zorg- en opvangorganisatie met nachtopvang, begeleid wonen en ambulante hulp voor dak- en thuisloze mensen. Hun locaties en loketten vormen vaak het eerste formele vangnet wanneer iemand letterlijk geen slaapplek meer heeft.
- Leger des Heils – Goodwillcentra AmsterdamBiedt opvang, laagdrempelige inloop, straatwerk en begeleiding, vergelijkbaar met de rol van Leger des Heils en samenwerkingspartners in Rotterdam.