Morgen 100 jaar prins Claus: de enige Oranje-prinsgemaal die níet in een schandaal eindigde

Samenleving
zaterdag, 05 september 2026 om 11:19
prclaus-727x

Morgen, op 6 september 2026, zou prins Claus honderd jaar zijn geworden. Hij haalde het niet: in oktober 2002 stierf hij, 76 jaar oud, uitgeput door jarenlange depressies, de ziekte van Parkinson en prostaatkanker. Maar wie de balans opmaakt van een eeuw prinsgemalen in Nederland, komt tot een oncomfortabele conclusie voor het Huis van Oranje: Claus is de enige geweest die het ambt met fatsoen heeft vervuld.
Dat is geen sentimenteel verjaardagsproza. Dat is, als je even doorbijt, gewoon rekenkunde.

De lat lag laag. Extreem laag

Om te begrijpen hoe uitzonderlijk Claus was, moet je zijn twee voorgangers in herinnering roepen. En dat is geen vrolijke exercitie.
Prins Hendrik (1876–1934), de Duitse hertog die Wilhelmina in 1901 huwde, werd in Den Haag een probleem waar het hof zich decennialang omheen wrong. Hij had een reeks minnaressen, verwekte buitenechtelijke kinderen, joeg fortuinen erdoorheen en werd op momenten in zijn leven zo onvoorspelbaar dat hij een risicofactor voor de monarchie werd genoemd. Historici twijfelen niet: van alle prinsgemalen liep het koningshuis onder Hendrik het grootste imagorisico.
Prins Bernhard (1911–2004) leek lange tijd de charmante tegenhanger — piloot, oorlogsheld, zakenman met een anjer in het knoopsgat. Tot de Amerikaanse Senaatscommissie-Church in 1975 een spoor van steekpenningen blootlegde dat rechtstreeks naar Soestdijk liep. De Commissie van Drie moest er in 1976 aan te pas komen. Bernhard kwam er met een reprimande en het advies zijn uniform op te bergen af, maar de vlek is nooit uitgegaan. Op zijn sterfbed erkende hij bovendien zelf twee buitenechtelijke dochters, van wie het bestaan de meeste Nederlanders daarvoor niet kenden.
Dat is de erfenis waar Claus in 1966 tegen aan trouwde. Een Duitser, twintig jaar na de bezetting, in een land dat de eerste verlovingsfoto's met gemengde gevoelens bekeek. Hij had, zacht gezegd, niet veel voorbeelden om na te volgen. En misschien juist daarom besloot hij het compleet anders te doen.

Wat Claus wel deed

Hij hield niet van poespas. Dat is inmiddels een cliché, maar het klopt tot in de details. Waar op paleis Noordeinde traditiegetrouw zilveren schaaltjes met zalm en kaasstengels rondgingen, serveerde Claus zijn gasten na een werkvergadering een kom erwtensoep. Hij vroeg mensen die hem "Koninklijke Hoogheid" noemden of ze daar alsjeblieft mee wilden ophouden. Hij stapte in zijn groene Volkswagen Polo en ging op pad, tot ergernis van het paleis dat hem soms even "kwijt" was.
Bij Scouting Nederland, waarvan hij beschermheer was, weigerde hij een decoratieve rol. Hij bezocht scoutinggroepen zonder pers, zat op de grond mee te doen aan kringspelen, en kwam een jaar later terug met de vraag of er nu eindelijk iets was gebeurd met dat project voor schoon water in Jemen dat hij had geopperd. Als het antwoord "nee" was, was hij niet chagrijnig — hij was teleurgesteld. Dat werkt bij mensen die deugen anders dan bij mensen die alleen goede sier willen maken.
En dan was er die middag in december 1998. Bij de uitreiking van de Prins Claus Prijs, in het Paleis op de Dam, wond hij zich zichtbaar op over het protocol dat hem verstikte. Hij maakte zijn stropdas los, gooide hem op de grond en riep: "Stropdasdragers aller landen verenigt u: werpt het touw af dat u hindert." Het beeld ging de wereld over. Voor het eerst zag Nederland ongefilterd waar Claus al jaren mee worstelde: een intelligente man in een gouden kooi.

Een fonds als excuus om nuttig te zijn

Het Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling kreeg hij in 1996 cadeau van het eerste paarse kabinet, voor zijn zeventigste verjaardag. Het is veelzeggend dat een prins-gemaal die veertig jaar netjes op de tweede rij had gestaan, als geschenk vroeg om nog meer werk. Het fonds werd zijn instrument om te doen wat hem sinds zijn studie in Hamburg en zijn diplomatieke jaren voor Duitsland in Afrika had beziggehouden: ontwikkelingssamenwerking, cultuur in landen waar dat allerminst vanzelfsprekend was.
De eerste directeur, Els van der Plas, herinnert zich hem als veeleisend maar oprecht. "De kwaliteit moest super hoog zijn," vertelde ze. "Ik zei weleens: ik doe mijn best. Dat was voor hem niet goed genoeg, er moest altijd een tandje bij." Dat is het soort werkgever waar je aan het eind van je carrière met dankbaarheid over praat.
een-iconisch-moment-tijdens-de-uitreiking-van-de-hoofdprijs-van-het-prins-claus-fonds-op-9-december-1998-de-prins-besluit-zijn-stropdas-af-te-doen-en-roept-andere-mannen-op-hetzelfde-te-doen

Wat "fatsoenlijk" betekent in een koninklijk huis

Fatsoen is een woord dat je makkelijk misbruikt. Het gaat hier niet om nette manieren of de juiste vork bij de vis. Het gaat om iets veel schaarser in de recente Oranje-geschiedenis: het vermogen om een positie van ongekend privilege niet te gebruiken voor persoonlijk gewin, seksuele bevrediging of imago-vertoon.
Claus heeft nooit steekpenningen aangenomen. Hij heeft nooit ergens een tweede leven gehad waar later biografen of onwettige kinderen uit tevoorschijn kwamen. Hij heeft nooit geprobeerd meer invloed op te eisen dan hem toekwam. Hij deed het werk waarvoor hij was gevraagd, hij deed het beter dan iemand had verwacht, en hij hield vol tot zijn lichaam en zijn hoofd het niet meer trokken.
Dat is, hoe je het ook wendt of keert, in honderd jaar Oranjes prinsgemalen niet eerder vertoond.
loading

Loading