De Rijn stond bij Lobith nooit eerder zo laag in juli. Het neerslagtekort nadert het record van 1976 en
Nederland zit officieel op feitelijk watertekort. Toch valt er niet uitzonderlijk weinig regen, blijkt uit een nieuwe attributiestudie. Het is de hitte die het
water uit de bodem trekt — en die condities zijn 80 keer waarschijnlijker geworden.
Niet de regen, maar de dorst van de lucht
De studie komt van World Weather Attribution, dat kort na een extreem weerevenement uitrekent hoeveel
klimaatverandering eraan bijdroeg. Onderzoekers uit twaalf Europese landen, waaronder het KNMI, keken naar drie dingen tegelijk: hoeveel regen er viel, hoe nat de bodem nog was, en hoe sterk de atmosfeer water opzuigt. Dat laatste heet potentiële verdamping, en daar is de vingerafdruk van de opwarming het duidelijkst.
Voor
West-Europa, het gebied waar Nederland in valt, vonden de wetenschappers geen aantoonbare klimaattrend in de neerslag tussen april en juni. Zo’n droog voorjaar komt statistisch eens per 25 jaar voor, met of zonder opwarming. Maar de verdampingscondities die er in diezelfde maanden bij kwamen, zijn door de opwarming van 1,4 graden ongeveer 80 keer waarschijnlijker geworden en zo’n 7 procent intenser. In Oost-Europa, waar de
droogte al zes maanden duurt, gaat het om een factor 40.
Daarmee verschuift de drempel waarop een droge periode omslaat in echte droogte. Een regentekort dat vroeger tot een hinderlijke maar beheersbare zomer had geleid, levert nu kraakdroge bodems op. Landbouwkundige
bodemdroogte is in West-Europa vijf keer waarschijnlijker geworden, in Oost-Europa elf keer. De combinatie die West-Europa nu meemaakt valt in de klasse ‘uitzonderlijk’; in een 1,4 graad koeler
klimaat was een even zeldzame situatie blijven steken op ‘ernstig’.
Het mechanisme is simpele natuurkunde: warmere lucht kan per graad opwarming ongeveer 7 procent meer waterdamp bevatten. Die extra capaciteit wordt gevuld met vocht uit bodems, gewassen, sloten en rivieren. De atmosfeer wordt letterlijk dorstiger, ook waar de neerslag gelijk blijft.
De teller in Nederland
Het landelijke neerslagtekort liep in de derde week van juli op tot circa 275 millimeter. Recordjaar 1976 kwam uiteindelijk op zo’n 290 millimeter uit. Nederland zit dus nu al droger dan het vijf procent droogste jaar, halverwege de zomer, met augustus en september nog voor de boeg.
| Indicator | Stand juli 2026 | Normaal / referentie |
| Neerslagtekort landelijk | circa 275 mm | recordjaar 1976: circa 290 mm |
| Rijnafvoer bij Lobith | 715 tot 870 m³/s | circa 1.900 m³/s |
| Landelijk droogteniveau | niveau 2, feitelijk watertekort | laatste keer augustus 2022 |
| Beladingsgraad Rijnschepen | 20 tot 30 procent | volledig beladen |
De Rijn is het scharnierpunt. Bij Lobith zakte de afvoer in het weekend van 18 juli naar 715 kubieke meter per seconde, nooit eerder zo laag in juli. Bij Basel stroomt ongeveer de helft van de mediaan, en de Bodensee staat onder de laagste waarde die voor dit seizoen ooit is gemeten. De Alpensneeuw was in april en mei al volledig weggesmolten, veel vroeger dan normaal. Wageningse onderzoekers verwachten dat de lage afvoeren tot minstens september aanhouden.
Wat er nu dichtgaat
Op advies van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling ging Nederland van dreigend naar feitelijk watertekort — niveau 2 van de vier, voor het laatst afgekondigd in 2022. Sluizen worden waterbesparend geschut, de Haringvlietsluizen zijn gesloten tegen zoutindringing, stuw Hagestein stuurde extra zoet water via de Lek en extra pompen draaien onder meer bij sluis Eefde. Waterschappen breiden onttrekkingsverboden uit; Aa en Maas verbood deze week ook onttrekking voor fruit-, groente-, bloemen- en bomenteelt.
De verzilting trekt intussen landinwaarts op de Lek en de Hollandsche IJssel. Warm, stilstaand water levert blauwalg en vissterfte op, en op diverse zwemlocaties gelden negatieve zwemadviezen. Drinkwater is niet in het geding, al adviseren de drinkwaterbedrijven bewust watergebruik.
Waarom één bui niet helpt
Een misverstand dat elke droge zomer terugkeert: dat een flinke bui de zaak oplost. Een neerslagtekort van 275 millimeter is een saldo van maanden verdamping tegenover neerslag. Regen die in korte, felle buien op uitgedroogde grond valt, stroomt grotendeels weg voordat hij infiltreert. Grondwater aanvullen kost weken tot maanden gestage regen, het liefst in het winterhalfjaar.
En het wordt erger. De huidige situatie speelt bij 1,4 graden opwarming. Op het traject waar het beleid nu op afkoerst, ongeveer 2,8 graden, worden zulke verdampingscondities in West-Europa nog eens tien keer waarschijnlijker en verdubbelt de kans op een bodemvochttekort als dit. Zomers die nu uitzonderlijk heten, worden dan gewoon.
Dat is de kern van de studie. De hoeveelheid regen die Nederland krijgt, is nog redelijk voorspelbaar. De snelheid waarmee die regen weer verdwijnt, is dat niet meer.